Laptop verovert de klas, maar: “Meer ICT is niet altijd beter”

Een leerling gebruikt een laptop op school.
AP Een leerling gebruikt een laptop op school.
In het secundair onderwijs gaan dit schooljaar 15.000 leerlingen voor het eerst aan de slag met een eigen laptop. Dat blijkt uit cijfers van Signpost, de grootste leverancier van laptops in het Vlaamse onderwijs, waarover De Standaard vandaag bericht. Maar méér ICT is niet altijd beter, waarschuwen experts.

Signpost onderhoudt nu in totaal ongeveer vijftigduizend laptops in het secundair onderwijs, in 2017 was dat minder dan de helft. Scholen grijpen de modernisering van het secundair onderwijs aan om laptops te introduceren in het klaslokaal. De nieuwe eind­termen rond digitale competenties en mediawijsheid vereisen een intensere ICT-werking en veel scholen zien heil in een laptop voor iedere leerling.

Maar méér technologie is niet noodzakelijk beter, waarschuwen experts. "Het lijkt me goed dat ook in het onderwijs technologie gebruikt wordt", zegt professor Fien Depaepe van het centrum voor ­Instructiepsychologie en -techno­logie en de Imec-Itec-onderzoeksgroep (KU Leuven). "Maar als ouders gevraagd wordt om te investeren in laptops voor leerlingen, is het ook belangrijk dat er een echte meerwaarde is.”

Gebrek aan goed didactisch materiaal

Niet alleen is het niet voor elke ouder financieel mogelijk om een laptop aan te kopen, maar er is ook een gebrek aan goed didactisch materiaal, speciaal gemaakt voor de laptop. "We moeten onderzoeken hoe ICT wezenlijk een verschil kan maken in het ondersteunen van het leerproces van alle leerlingen", aldus Depaepe. "Een stijging in ­infrastructuur gaat niet automatisch samen met een doordacht gebruik van technologie in het ­onderwijs.”