Aantal vrouwelijke proffen stijgt naar één op vier

Thinkstock
Waar vier jaar geleden nog maar één prof op vijf vrouwelijk was, stijgt dat aantal ondertussen tot één op vier. Dat blijkt uit een berekening van het Gentse studentenblad Schamper op basis van de meest recente personeelsstatistieken van de Vlaams Interuniversitaire Raad (VLIR).

Als de universiteiten onderling vergeleken worden, is de Vrije Universiteit Brussel (VUB) met 30 procent vrouwelijke proffen de primus van de klas. Daarna volgen de KU Leuven (26 procent), Uantwerpen (25 procent), de UHasselt (24 procent) en de UGent (23 procent). Recentere cijfers van de UGent, daterend van eind 2014, zouden wel op 25 procent vrouwelijke professoren afklokken, schrijft het blad.

De Gentse rector Anne De Paepe erkent in het studentenblad dat er zeker nog werk aan de winkel is: "Er is zeker vooruitgang, maar het gaat toch traag." In het genderbeleidsplan van de Universiteit Gent staat dat een ondervertegenwoordigde groep pas op de organisatie kan wegen als die in aantal met een derde vertegenwoordigd is. Een genderevenwicht van één op drie lijkt dus het doel te zijn. "Dat zou mooi zijn", klinkt het bij de Gentse Beleidscel Diversiteit en Gender. "Al moeten we niet per se streefcijfers opleggen." Voor de beoordelings- en selectiecommissies zijn er sinds enkele jaren wel minimale genderverhoudingen vereist.

Ondanks de diversiteitsplannen zorgt een combinatie van factoren ervoor dat vrouwelijke professoren nog steeds ondervertegenwoordigd blijven in het proffenkorps. Volgens rector De Paepe komt dat omdat er vroeger een grotere pool mannelijke doctorandi was. Nu doctoreren ongeveer evenveel vrouwen als mannen, maar ook rollenpatronen blijven meespelen. Er zijn ook grote verschillen tussen faculteiten onderling.