"Standaardtaal niet in elke situatie nodig in onderwijs"

THINKSTOCK
Standaardtaal is belangrijk in het onderwijs, maar leerkrachten moeten er niet te allen prijze of in elke situatie aan vasthouden. Dat zegt assistent Taalkunde Steven Delarue (UGent) na een onderzoek over de manier waarop Vlaamse leerkrachten omgaan met de taalnorm.

"Het taalbeleid dat de vorige ministers van Onderwijs (Frank Vandenbroucke en Pascal Smet) volgden, was heel sterk gericht op het Algemeen Nederlands als enige taalvariëteit die in de klas gebruikt mag worden", zegt Delarue. "In de praktijk blijkt dat leerkrachten daar om allerlei redenen van afwijken."

Delarue observeerde voor zijn doctoraatsonderzoek 82 leerkrachten uit het zesde leerjaar en het derde en zesde jaar secundair onderwijs en interviewde hen achteraf om te achterhalen hoe ze die kloof overbruggen. "Ik voel me niet op mijn gemak, ik kan niet volop spontaan zijn, het voelt benauwd of het is te formeel", zijn de meest gebruikte redenen om af te wijken van het Algemeen Nederlands (AN), al gaven alle leerkrachten wel aan dat ze beseffen dat AN de norm is. Daarnaast vonden een aantal leerkrachten dat de lesinhoud belangrijker is dan de taal die ze spreken en sommigen gaven ook aan er niet voor opgeleid te zijn."

Mopjes
De Taalunie werkt momenteel aan een adviesnota rond taalnormen in het onderwijs en morgen vergaderen daarover een aantal experts. "Standaardtaal is voor mij belangrijk, maar niet te allen prijze of in elke situatie", zegt Delarue. "Wanneer leerlingen toegesproken worden over iets wat niet meteen met de les te maken heeft of bij het vertellen van een mopje, moet er afgeweken kunnen worden van het Algemeen Nederlands, want dat zijn net momenten die leerkrachten moeten aangrijpen om de band met hun leerlingen te versterken."