OESO geeft België slechte punten voor integratie van migranten

UNKNOWN
België komt niet goed uit een OESO-studie rond integratie van migranten. Vooral op vlak van werkgelegenheid en armoede bij migranten heeft ons land nog werk voor de boeg. Minister van Inburgering Geert Bourgeois (N-VA) erkent het probleem en wijst de EU met de vinger.

In 2010 leefden ongeveer 110 miljoen in het buitenland geboren mensen in de landen van de OESO, een club van overwegend welvarende landen. Dat is ongeveer 9 procent van de totale bevolking. In België is ongeveer 13 procent van de bevolking geboren in het buitenland. Ze komen voornamelijk uit Europa, Marokko en Congo.

Werkgelegenheid en armoede
België hinkt vooral achterop op het vlak van werkgelegenheid bij migranten. Enkel in Turkije en Polen is de tewerkstellingsgraad van de migranten nog lager dan in België. Het OESO-gemiddelde bedraagt 64,9 procent, terwijl dat in België maar 52,6 procent is.

Ook op vlak van inkomen zijn de migranten in ons land slechter af dan gemiddeld in de OESO-landen. In alle OESO-landen samen ligt de gemiddelde armoedegraad van migrantengezinnen op 17,3 procent, terwijl dat bij de autochtone gezinnen 8,7 procent is. In België is de sociale ongelijkheid nog meer uitgesproken. De armoedegraad ligt er bij migranten op 21,9 procent. Dat is 3,8 keer hoger dan bij de autochtone gezinnen.

De OESO noemt de armoedetoestand in België en Frankrijk in het bijzonder problematisch, omdat daar de migrantengezinnen meer dan 10 procent van alle gezinnen uitmaken. Bovendien wijst de organisatie er ook op dat de armoedegraad bij migrantenkinderen het hoogst ligt in Spanje (34 procent), de VS (32 procent) en België (32 procent).

"Alarmbel"
Het OESO-rapport moet "voor iedereen een alarmbel zijn", heeft Vlaams minister van Inburgering Geert Bourgeois (N-VA) intussen gereageerd. Volgens Bourgeois heeft het gebrek aan migratiebeleid van de voorbije jaren Vlaanderen voor grote uitdagingen geplaatst. "Jaarlijks evenveel mensen als er in een kleine Vlaamse stad wonen, begeleiden bij hun integratie, is niet eenvoudig. Het is duidelijk dat we er onvoldoende in geslaagd zijn om die grote instroom in te schakelen in de samenleving."

De minister wijst erop dat jaarlijks ongeveer de helft van de nieuwkomers een inburgeringstraject volgt. Niet iedereen is verplicht de inburgering te volgen. Bourgeois wijst de EU met de vinger: "Het vrij verkeer in Europa staat op gespannen voet met het voeren van een efficiënt integratiebeleid. Het laat immers niet toe dat EU-onderdanen verplicht worden om zich in te burgeren".

Hoger taalniveau
Ieder jaar volgen in Vlaanderen en Brussel meer dan 100.000 mensen Nederlandse les, stelt Bourgeois. Hij vindt dat de tijd aangebroken is om het taalniveau in de inburgering op te trekken naar een hoger niveau (A2). "Nederlands is een essentiële sleutel tot participatie", zegt hij. "We draaien mensen een rad voor de ogen door de indruk te wekken dat het huidige overlevingsniveau (A1) voldoende is om echt zelfredzaam te zijn. Dat is het niet."

Bourgeois roept tot slot ook bedrijven, het middenveld en scholen op om hun verantwoordelijkheid op te nemen.

BELGA