Notionele intrest kost 2 miljard

De kostprijs van de notionele intrestaftrek bedroeg in 2006 - tijdens het eerste jaar van toepassing - 2,024 miljard euro. Dat blijkt uit een nota van de studiedienst Financiën, zo schrijven De Tijd en L'Echo donderdag.

Het rapport wijst er ook op dat het fiscale gunstregime "niet geleid heeft tot een verhoging van het aantal directe investeringen in ons land".

Oppositie
De oppositie in de Kamer vraagt de minister van Financiën, Didier Reynders (MR), al maandenlang naar de kostprijs van de notionele intrestaftrek. Woensdag herhaalde Reynders in het parlement dat de impact van de maatregel pas eind juni geëvalueerd kan worden, zodra alle aangiftes van vennootschappen verwerkt zijn.

Studie
Nochtans beschikt de federale regering over een studie op basis van ongeveer 40 procent van de aangiftes van bedrijven, vernamen de kranten. De studiedienst van Financiën extrapoleerde de cijfers naar alle ondernemingen. Daaruit blijkt een "brutokostprijs" van 2,024 miljard euro. Dat komt onder andere omdat veel bedrijven hun balans optimaliseerden en zo een groter belastingvoordeel verkregen, staat te lezen in de nota.

Nettokost
De studiedienst van Financiën berekende dat de nettokostprijs 763 miljoen euro bedraagt. Die ligt lager dan de brutokosten, onder meer omdat de coördinatiecentra voor het bestaan van de notionele intrestaftrek al een gunstig fiscaal statuut genoten.

Bovendien werden bij de invoering van de notionele intrestaftrek enkele compenserende maatregelen genomen, die de budgettaire kosten (geraamd op 506 miljoen euro) moesten verzachten. (belga/mvl)