Nationale rechter moet oordelen over 'Suske en Wiske'-parodie Vlaams Belang

rv
De advocaat-generaal van het EU-Hof van Justitie spreekt zich niet uit of een Suske en Wiske-kalender van Vlaams Belang uit 2011 door de beugel kan of niet. Het is aan de nationale rechter om te oordelen of de bewuste kalender als parodie valt onder de vrijheid van meningsuiting of niet. Dat zegt de advocaat-generaal in zijn (niet-bindend) advies. De uitspraak zelf volgt binnen enkele maanden.

Waar gaat het precies over? Op de nieuwjaarsreceptie van de stad Gent in 2011 deelde Vlaams Belang-politicus Johan Deckmyn kalenders uit. Op de kalendertjes stond een herwerkte cover van het Suske en Wiske-album 'De Wilde Weldoener' waarbij de afbeelding van Lambik vervangen is door die van de Gentse burgemeester Daniël Termont, die vanuit een helikopter muntstukken rondstrooit naar stripfiguurtjes 'van buitenlandse origine'.

Standaard Uitgeverij, WPG Uitgevers België en de erven Vandersteen trokken daarop naar de rechter. Die volgde hen in de argumentatie dat het om een schending van de auteursrechten ging. Vlaams Belang ging in beroep tegen de uitspraak. Volgens de partij ging het duidelijk om een parodie. Het Brusselse hof van beroep vroeg daarop aan het Europes Hof van Justitie hoe het begrip 'parodie' moet geïnterpreteerd worden.

Spottende intentie
In zijn advies zegt de advocaat-generaal van het Hof dat het begrip parodie "een autonoom Unierechterlijk begrip is", maar dat de betrokken richtlijn "geen definitie" van het begrip bevat. Hij omschrijft het begrip parodie als "een werk dat, met een spottende intentie, bestanddelen van een duidelijk herkenbaar bestaand werk combineeert met voldoende originele bestanddelen, zodat het werk in redelijkheid niet kan worden verward met het oorspronkelijk werk".

Maar de advocaat-generaal merkt wel op dat het begrip vrijheid van meningsuiting "niet onbeperkt" is. Zo kunnen bepaalde vormen van parodie niet door de beugel, bijvoorbeeld wanneer een bewerking van een werk een "boodschap uitdraagt die radicaal indruist tegen de meest diepgewortelde overtuigingen van de samenleving waarop de Europese publieke ruimte is gegrondvest en die haar wezen uitmaken".

Volgens de advocaat-generaal is het aan de nationale rechter om de afweging tussen de verschillende grondrechten te maken.