Ministerraad wil diplomabonificatie voor ambtenaren afschaffen

VTM
De ministerraad heeft vandaag een wetsontwerp goedgekeurd met verschillende maatregelen op het vlak van ambtenarenpensioenen. Het gaat onder meer over de geleidelijke afschaffing van de diplomabonificatie, de cumulatie van een pensioen met inkomsten uit een beroepsactiviteit en de opheffing van de pensioenbonus. De tekst verhuist nu voor advies naar de Raad van State.

Het regeerakkoord voorziet de geleidelijke afschaffing van de diplomabonificatie. Dat principe houdt in dat ambtenaren in sommige gevallen hun studiejaren kunnen meetellen als dienstjaren voor het ambtenarenpensioen. Bedoeling is dat de bonificatie vanaf 1 januari 2016 geleidelijk aan wordt afgebouwd om op 31 december 2029 volledig te verdwijnen.

De regering wil met de ingreep de verschillende pensioenstelsels verder harmoniseren. Minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR) voerde intussen een aantal correcties door, maar de vakbonden bleven niettemin gekant tegen de maatregelen. Zo wordt een procedure bij het Grondwettelijk Hof niet uitgesloten.

Cumulatie pensioen en beroepsinkomsten

Het wetsontwerp laat ook een onbeperkte cumulatie toe van een rustpensioen van de openbare sector met de inkomsten van een beroepsactiviteit, hetzij vanaf de leeftijd van 65 jaar, hetzij na een loopbaan van 45 jaar. Het is echter niet zo dat de beroepsinkomsten in geval van cumulatie met een rustpensioen bijkomende rechten op een wettelijk pensioen openen. Ook worden de huidige grensbedragen aangehouden in geval van vervroegd pensioen. Bij overschrijding is de sanctie evenredig met de overschrijding van de grensbedragen.

De tekst bepaalt ook dat de huidige regeling voor de pensioenbonus, die sinds 1 januari 2015 niet meer geldt, van toepassing blijft voor wie voor 1 december 2014 voldeed aan de voorwaarden om met vervroegd pensioen te gaan of wie de leeftijd van 65 jaar bereikte met een loopbaan die minstens 40 dienstjaren omvat.

Gelijkschakeling pensioenen vervroegd

Verder werd beslist dat de elijkschakeling pensioenen zelfstandigen en loontrekkenden deels vervroegd wordt. Vanaf 1 april 2015 verhoogt het minimale rustpensioen van zelfstandigen met 10 euro per maand voor het alleenstaandenpensioen en met 7,17 euro voor het overlevingspensioen. De ministerraad heeft daarvoor een Koninklijk Besluit goedgekeurd. De volledige gelijkschakeling van de pensioenen van zelfstandigen en loontrekkenden treedt vanaf 1 augustus 2016 in werking. Het KB vervroegt die gelijkschakeling gedeeltelijk.

De minimale gezinspensioenen van zelfstandigen werden eerder al op gelijke voet gesteld met die van loontrekkenden, namelijk 1.403,72. Door de aanpassingen voor het alleenstaandenpensioen en het overlevingspensioen, verkleint daar de kloof met de pensioenen van loontrekkenden tot respectievelijk 52,39 en 37,56 euro per maand. Door de recente goedkeuring van de programmawet is de inwerkingtreding van de volledige gelijkschakeling voorzien op 1 augustus 2016.