Milde straf voor verkrachting en poging doodslag in KTA Wemmel omdat expert van gerecht jarenlang treuzelde

Na een partijtje tennis op één van de velden van de school (foto), besloten de toen 17-jarige S.R. en zijn 14-jarige tennispartner nog een sigaret te roken. De jongeman probeerde het meisje ook te overtuigen seks met hem te hebben maar toen ze dat weigerde, verkrachtte en wurgde hij haar.
photo_news Na een partijtje tennis op één van de velden van de school (foto), besloten de toen 17-jarige S.R. en zijn 14-jarige tennispartner nog een sigaret te roken. De jongeman probeerde het meisje ook te overtuigen seks met hem te hebben maar toen ze dat weigerde, verkrachtte en wurgde hij haar.
S.R., de jongeman uit Halle die als tiener op het KTA Wemmel een 14-jarig meisje had verkracht en probeerde om te brengen, is vandaag door de Brusselse correctionele rechtbank veroordeeld tot een gevangenisstraf met uitstel van 4 jaar. De jongeman werd in 2011 al uit handen gegeven maar pas nu, zeven jaar na de feiten, kwam de zaak voor de rechtbank. Die oordeelde dat de redelijke termijn overschreden was en ze gaf de jongeman daarom een fiks mildere straf dan ze in andere omstandigheden zou gedaan hebben.

De feiten speelden zich af op 16 september 2009. Na een partijtje tennis op één van de velden van de school, besloten de toen 17-jarige S.R. en zijn 14-jarige tennispartner nog een sigaret te roken. De jongeman probeerde het meisje ook te overtuigen seks met hem te hebben maar toen ze dat weigerde, verkrachtte en wurgde hij haar. Vervolgens stak hij haar in de hals met een schaar en scherven van een bierglas en liet haar bewusteloos en hevig bloedend achter. Nadien probeerde hij zelfmoord te plegen door uit een raam te springen.

Zowel de jeugdrechtbank als de jeugdkamer van het Brusselse hof van beroep besloten de jonge dader uit handen te geven, zodat hij als volwassene kon terechtstaan. Dat gebeurde al in 2011 maar het duurde tot eind 2016 voor het tot een proces kwam. De reden daarvoor ligt bij een gerechtsexpert die jarenlang treuzelde om zijn verslag af te werken en het uiteindelijk zelfs niet inleverde.

Voor de correctionele rechtbank beweerde S.R. dat het slachtoffer had toegestemd met de seksuele betrekkingen en pas nadien in paniek was geslagen en was beginnen roepen. Hij zou daarop zelf in paniek geslagen zijn en geprobeerd hebben te doen zwijgen maar zou niet de bedoeling gehad hebben haar te doden.

De rechtbank wees die versie volledig van de hand. De verklaringen van het slachtoffer over de feiten waren volgens de rechtbank voldoende coherent en gelijklopend om geloofwaardig te zijn en kwamen bovendien overeen met de vastgestelde verwondingen, zodat er geen twijfel kon bestaan over de verkrachting.

Dat S.R. het meisje herhaaldelijk op het hoofd had geslagen, gewurgd had tot ze het bewustzijn verloor en met een schaar en scherven van een bierglas in de hals had gestoken om haar vervolgens hulpeloos achter te laten, was voor de rechtbank ook voldoende bewijs dat hij wel degelijk de bedoeling had gehad haar om te brengen.

Door het grote tijdsverloop tussen de feiten en het proces, en omdat het onderzoek in totaal bijna vijf jaar had stilgelegen, vond de rechtbank wel dat de redelijke termijn overschreden was. Daarom sprak de rechtbank ook een heel wat mildere straf uit dan ze anders zou gedaan hebben. De moeder van het slachtoffer kon zich na afloop vinden in de straf van 4 jaar met uitstel die uitgesproken was.

"Ik ben vooral tevreden dat alle feiten bewezen zijn verklaard", klonk het. "Al wordt mijn dochter door de littekens nog dagelijks geconfronteerd met deze gruwel."