Landbouwbedrijfsleiders steeds beter geschoold

In de periode 1959-2005 is het percentage landbouwbedrijfsleiders met een basis landbouwopleiding gestegen van 4 tot 23 en met een volledige landbouwopleiding van 1 tot 23. Het aandeel landbouwers met uitsluitend praktische ervaring liep hierdoor in deze periode terug van 95 tot 55 procent. Dat blijkt uit een antwoord van Vlaams minister-president Kris Peeters op een schriftelijke vraag van Els Robeyns (sp.a).
 
Ook de laatste jaren zit de geschooldheid van de landbouwbedrijfsleiders in de lift. Zo daalde het percentage landbouwers met uitsluitend praktische ervaring in de periode 2000-2005 van 58 tot 54. Terwijl het aandeel landbouwers met een basislandbouwopleiding in deze periode nagenoeg stabiliseerde (van 25 tot 23 procent), bleef het aantal met een volledige opleiding sterk stijgen van 17 tot 23 procent. Sinds 2005 worden deze gegevens niet meer verzameld door de Algemene Directie Statistiek in het kader van de Landbouwtelling.
 
Ook het aantal leerlingen in het Vlaamse secundaire en volwassen landbouwonderwijs zit in de lift. Het aantal leerlingen in het secundair landbouwonderwijs nam in de periode van het schooljaar 2004-2005 tot en met 2008-2009 toe van 6.106 tot 7.263. In het volwassenenonderwijs (bloementeelt, manegehouder, tuinbouw) was er in die periode een toename van 746 tot 1.142 leerlingen, in landbouwopleidingen aan hogescholen van 1.807 tot 2.257 en aan universiteiten van 1.913 tot 2.324. (belga/ypu)