Iedereen gelijk voor de wet: ook pensioenregels Kamerleden aangepast

Kamerleden zullen net als iedereen pas na een loopbaan van 45 jaar op pensioen kunnen gaan.
photo_news Kamerleden zullen net als iedereen pas na een loopbaan van 45 jaar op pensioen kunnen gaan.
De regels voor de pensioenen van de Kamerleden worden in overeenstemming gebracht met die van de werkende bevolking. Dat heeft het Bureau van de Kamer unaniem beslist. Eerder paste ook het Vlaams Parlement de pensioenregels aan.

Loopbaan van 45 jaar

Concreet zullen parlementsleden die na de verkiezingen van 2019 voor het eerst in de Kamer zetelen tot 65 jaar moeten werken voor een volledig pensioen. Dezelfde regeling geldt voor ambtenaren en gewone werknemers. In 2025 schuift de pensioenleeftijd dan op naar 66 jaar en in 2030 naar 67 jaar. Kamerleden zullen dan een (al dan niet gemengde) loopbaan van 45 jaar moeten kunnen voorleggen voor een volledig pensioen. Momenteel is dat maar 36 jaar.

De Kamer volgt, op een detail in de overgangsbepalingen na, dezelfde regels als het Vlaams Parlement. In elk geval zal een parlementslid vanaf 2019 niet langer voor zijn zestigste verjaardag op pensioen kunnen gaan.

Opgelucht

De discussie over de pensioenregeling voor parlementairen sleept al langer aan. Aanvankelijk werd er gezocht naar een regeling voor alle parlementen samen, maar men raakte het maar niet eens. Enkele maanden geleden hakte het Vlaams Parlement dan op eigen houtje de knoop door. Nu volgt ook de Kamer.

"Het parlement vraagt inspanningen aan de bevolking, noodzakelijk om de pensioenen duurzamer te maken, en het zou natuurlijk onaanvaardbaar zijn als parlementsleden daar zelf een uitzondering op zouden vormen", zegt N-VA-fractieleider Peter De Roover. "Wij zijn ook bijzonder opgelucht dat het ei eindelijk werd gelegd want door nog langer te dralen zou de geloofwaardigheid van de politiek terecht ondermijnd worden. Het was de allerhoogste tijd om met dit dossier te landen."