Huisbaas Nemmouche getuigt: “Het was een vriendelijke, aangename jongeman. Niets op aan te merken”

Mehdi Nemmouche (C).
BELGA Mehdi Nemmouche (C).
De jury in het assisenproces over de aanslag op het Joods Museum kreeg deze namiddag opnieuw een integraal verhoor te zien van hoofdbeschuldigde Mehdi Nemmouche, enkele dagen na zijn arrestatie in Marseille. Ze zagen hoe Nemmouche tijdens het verhoor arrogant en op zijn gemak is en zich op zijn zwijgrecht beroept. Ze kregen ook een getuigenis van zijn huisbaas voorgeschoteld, die een positiever beeld van Nemmouche schetste; eentje van een vriendelijke, aangename jongeman.

Vrijdag kreeg de jury een verhoor te zien van 2 juni 2014, een week na de aanslag en drie dagen na zijn arrestatie in Marseille. Ook daar kregen de verhoorders niet veel meer uit Nemmouche dan het inroepen van zijn zwijgrecht. Vandaag was nog meer van hetzelfde, toen het verhoor van 3 juni 2014 werd geprojecteerd. 

‘DAS’

In die mate zelfs dat Nemmouche op een bepaald moment aan zijn ondervragers zegt dat hij in 99 procent van de gevallen ‘DAS’ zal antwoorden - ‘Droit au Silence’, een door hem gebruikte afkorting. Een verschil met zijn verhoor van een dag eerder is dat Nemmouche minder uitgebreid antwoordt als hij wel spreekt. Wel is hij duidelijk opnieuw op zijn gemak, arrogant lijkt het zelfs: hij maakt grapjes met de ondervragers, leunt soms languit achterover.

Slechts één of twee keer valt hij uit zijn rol. Een eerste keer als hem gevraagd wordt waarom hij Ventolin bij heeft. "Omdat ik astma heb", antwoordt Nemmouche. Als de ondervragers dat betwijfelen, klinkt het lachend "Weten jullie beter dan ik of ik astma heb?" Waarna hij uitlegt dat je Ventolin in Frankrijk enkel op voorschrift kan krijgen, maar in Azië (waar hij op reis geweest is), niet.  Op het einde van het verhoor kondigt Nemmouche aan dat hij de volgende keer niet zal opdagen voor alweer een rondje vragen. "Lijst al uw vragen op en schrijf er overal 'DAS' bij", klinkt het.

Been stijf

Ook in zijn eerste verhoor na uitlevering aan België laat Nemmouche meteen duidelijk blijken wat hij van zin is: “Ik ga op geen enkele vraag antwoorden”, zo reageert hij nadat de ondervrager hem op zijn rechten heeft gewezen. “Ik ga niet antwoorden, want ik wil niet dat mijn verklaringen in de Belgische en Franse pers verschijnen. Ik wil geen verhoren meer bijwonen en ik eis dat ik mag terugkeren naar mijn cel”, klinkt het op 29 juli, twee maanden na de aanslag op het Joods Museum.

Volgens Nemmouche werden de processen-verbaal van zijn verhoren in Frankrijk aan de pers verkocht. De Belgische ondervragers benadrukken vervolgens dat ze verplicht zijn hun vragen te stellen en dat zij het geheim van het onderzoek respecteren en niets aan de pers vertellen. Nemmouche houdt het been echter stijf: “Ik kom niet terug op mijn beslissing. Als de enige manier om naar mijn cel terug te keren, mijn mond houden is, dan hou ik mijn mond.”

De Belgische speurder die het verhoor destijds afnam, legde vandaag aan de jury uit waarom hij verplicht is toch de vragen te stellen. “Als iemand aan België uitgeleverd wordt, moeten wij hem in een eerste verhoor vragen stellen om daarna te oordelen over zijn al dan niet aanhouding.”

“Strategie”

In zijn commentaar op de projectie liet Sébastien Courtoy weten dat hij en zijn confrater Henri Laquay gekozen hebben om de strategie van het “werkelijk zwijgrecht” toe te passen. “In tegenstelling tot in Frankrijk, waar mijn cliënt gedurende 10 uren aan vragen onderworpen is. En waar men dan op basis van zijn houding probeert af te leiden of hij al dan niet schuldig is.” Een commentaar die meteen gecounterd werd door advocaat-generaal Yves Moureau: “Dames en heren van de jury, u hebt het goed gehoord: de verdediging gebruikt het zwijgrecht als een strategie.”

Veel positiever beeld

Een ander beeld kreeg de jury van de Brusselse huisbaas van Nemmouche, die zijn appartement aan de beklaagde verhuurde ten tijde van de aanslag op het Joods Museum. “Het was een vriendelijke, correcte, aangename jongeman, niets op aan te merken”, zo sprak de huisbaas. 

Op de vraag van voorzitter Laurence Massart of Nemmouche geradicaliseerd leek, was het antwoord formeel: “Helemaal niet.” De vrouw van de huisbaas, die een tandartsenpraktijk heeft op de gelijkvloerse verdieping van het gebouw, beaamt die woorden. “Ik zie altijd wie er binnenkomt in het gebouw en hij zei altijd goeiendag, heel vriendelijk. De schok was dan ook groot toen we vernamen dat hij opgepakt was in het kader van de aanslag.” De vrouw herinnert zich wel dat Nemmouche “gehaast leek” toen hij op de dag van de feiten, zaterdag 24 mei, rond 16.00 uur het gebouw binnenkwam, even na de aanslag in het museum.

Wificode

Eind april meldde Nemmouche aan zijn huisbaas dat hij terug moest naar Frankrijk, omdat zijn vader ziek zou zijn. “Hij betaalde wel al voor de maand mei, dus hij was van plan om terug te keren.” Over het moment waarop Nemmouche aan de huisbaas vroeg om voor hem een bus te reserveren richting Frankrijk, “omdat hij geen werk gevonden had en wilde terugkeren”, bestaat onduidelijkheid. Volgens de huisbaas stelde Nemmouche de vraag op vrijdag, de dag voor de aanslag. Volgens de echtgenote was dat zaterdag 24 mei, enkele uren na de aanslag en op hetzelfde moment dat Nemmouche de wificode gevraagd had.

Na de getuigenis van het echtpaar ontspon zich een discussie tussen de verdediging en het openbaar ministerie over die wificode. De verdediging, bij monde van Sébastien Courtoy, zal later in de pleidooien proberen te bewijzen dat niet Nemmouche maar iemand anders de computer gebruikt heeft die aan zijn cliënt zou toebehoren. Openbaar aanklager Yves Moreau stelde -cynisch- dat er dan “een spook rondwaarde in het appartement dat de laptop gebruikt heeft”.

Photo News



Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.