Homans: "Sociaal vangnet dient niet om nog comfortabeler te leven dan je al leeft"

Liesbeth Homans (N-VA).
BELGA Liesbeth Homans (N-VA).
Liesbeth Homans (N-VA) trekt in een debat met presentator Marcel Vanthilt in het weekblad Humo fel van leer tegen de wantoestanden in de sociale leningen en woningen. "Slimme, mondige studenten zijn met het geld van de sociale leningen aan de haal gegaan, en de allerzwaksten vielen uit de boot. Ik vind dat niet sociaal."

"Wie een leefloon wil, moet eerst zijn huis verkopen", zo flaterde Jan Jambon dit weekend. Het gesprek tussen Marcel Vanthilt en Liesbeth Homans in Humo, hoewel vóór Jambons uitspraken neergepend, lijkt plots een bijzonder actuele verderzetting van het debat over hoe (a)sociaal het N-VA-programma wel is.

Vanthilt nam het programma van N-VA door en merkt op dat het opvallend sociaal oogt. "Dan denk ik: dit zou een heel goed begin voor onderhandelingen zijn. Wat is jullie probleem dan met de socialisten?" Homans schiet direct met scherp op haar politieke tegenpolen: "De groep die de socialisten willen bedienen, wordt almaar groter. Op die manier zitten er geheid mensen tussen die het niet echt nodig hebben. (...) Een sociaal vangnet is voor als je valt, niet om nog wat comfortabeler te leven dan je al leeft."

Ze verwijst naar de sociale leningen, die je kan krijgen op basis van je inkomen van de voorbije drie jaar. "Wat doen veel studenten? Ze vragen zo'n lening aan op basis van hun inkomen van drie jaar geleden, toen ze nog studeerden. Ze krijgen die, en intussen hebben ze een dikke job en geen zorgen meer, maar wél nog die sociale lening. Sorry, ik vind dat niet sociaal."

Volgens Homans is dat het gevolg van politieke beslissingen. "Het geld voor de sociale leningen was in maart al op: veel van die slimme, mondige studenten zijn ermee aan de haal gegaan, en de allerzwaksten vielen uit de boot. Intussen hebben we gelukkig vers geld gevonden en zijn de criteria verstrengd."

Steek naar sp.a
Ook over de problematiek van sociale woningen heeft Homans voorbeelden klaar. "Eén van de voorwaarden om zo'n sociale woning te krijgen, is: je mag geen volle eigenaar zijn van een eigen woning. Maar als je maar voor 95 procent eigenaar bent, kom je wel in aanmerking. Wij zien veel mensen die een eigen woning hebben en die daar 5 procent van aan hun broer of zo doorverkopen, en die dan recht krijgen op een sociale woning. Wij komen mensen tegen die zes appartementen verhuren en daaruit een vorstelijk inkomen halen, en die op de zojuist beschreven manier toch in aanmerking komen voor een sociale woning. Ik herhaal: ik vind dat niet sociaal. Er staan in Antwerpen 13.000 mensen op de wachtlijst."

Volgens Homans laat de Vlaamse wetgeving niet toe om daar een mouw aan te passen: een steek naar Vlaams minister van Wonen Freya Van den Bossche (sp.a) en dat weet ook Vanthilt. "Dat kun je sp.a toch niet verwijten?", stelt hij. "Jawel", reageert Homans, "want ze weigeren de wet aan te passen. Net als CD&V."

Wij komen mensen tegen die zes appartementen verhuren en daaruit een vorstelijk inkomen halen, en die op de zojuist beschreven manier toch in aanmerking komen voor een sociale woning.

Marcel Vanthilt.
PHOTO_NEWS Marcel Vanthilt.

Kneuterige quota en Berbers gevloek
Ook de VRT komt aan bod tijdens het debat met Vanthilt. "Mijn probleem is dat de VRT nog altijd veel te politiek wordt gestuurd", zegt Homans. "Ik denk dat we naar een meer onafhankelijk medialandschap moeten gaan, met inkomsten uit reclame of zo." Ze vindt het ook jammer "dat er altijd zo negatief naar het Vlaamse lied wordt gekeken". "Wij zijn niet trots genoeg op onze eigen taal en cultuur, en dat vind ik jammer. Als Bourgeois over quota durft te beginnen, krijgt hij direct de wind van voren. Men maakt er onmiddellijk iets kneuterigs van." Vanthilt foetert: "Dat is toch niet waar! Er is nog nooit zoveel Vlaamse muziek geweest, van Eva De Roovere tot Christoff ­ en twintigduizend man op het Schlagerfestival."

Taal komt ook aan bod als het over het onderwijs gaat. Homans is voorstander van de wisselwerking met andere culturen. "Wij proberen die jongeren Nederlands te leren, en intussen brengen zij onze jongeren iets bij. De beste vriend van mijn jongste zoon van 7 is van Turkse origine. Hij ging in de krokusvakantie naar Istanbul en kon daarna zo begeesterend vertellen over de Aya Sofia. Geweldig om te zien hoe die met elkaar omgaan. Ze beïnvloeden elkaar, maar dat kun je alleen maar doen als je elkaar begrijpt. Daarom wil ik niet dat er op de speelplaats andere talen worden gesproken: dan creëer je kliekjes, groepjes waar Oekraïens gesproken wordt, of Berbers, en dan sluit je per definitie mensen uit." Vanthilt: "Je moet het ook niet verbieden. Ik vind het geweldig dat onze zoon in plat Berbers kan vloeken."

Ik wil niet dat er op de speelplaats andere talen worden gesproken: dan creëer je kliekjes, groepjes waar Oekraïens gesproken wordt, of Berbers, en dan sluit je per definitie mensen uit.