Gezondheidszorg en pensioenen wegen zwaarst

De pensioenen en de gezondheidszorg wegen het zwaarst door in de vergrijzingskosten van de komende decennia. Dat blijkt uit het jaarverslag van de Studiecommissie voor de vergrijzing. De Studiecommissie becijferde dat de vergrijzing tussen 2009 en 2060 een extra hap van 6,3 procent uit het bruto binnenlands product (bbp) zal nemen.
 
De pensioenen zullen tegen 2060 14,4 procent van het bbp bedragen, waar dat vandaag 9,7 procent is. De gezondheidszorg zal op 11,7 procent uitkomen, tegenover 8,1 procent vandaag. Lagere uitgaven voor werkloosheidsuitkeringen, kinderbijslag en onderwijs moeten de vergrijzingskosten dan weer drukken, zo blijkt maandag uit de voorstelling van het negende jaarverslag van de studiecommissie.
 
Jaar langer werken
Het referentiescenario gaat uit van een jaarlijkse productiviteitsgroei van 1,5 procent, maar ook van een effectieve uittredingsleeftijd die in 2060 twee jaar hoger ligt, op 61,7 jaar tegenover 59,7 jaar in 2008. Wanneer de Belgen nog een jaar lager zouden werken tegen 2060, tot een effectieve uittredingsleeftijd van 62,7 jaar, zou volgens studiecommissie-voorzitter Guy Quaden de vergrijzingskost 1,4 procentpunt lager liggen dan de 6,3 procent van het bbp waarvan sprake in het referentiescenario.
 
Volgens Quaden zijn economische groei en meer mensen die langer aan het werk blijven de belangrijkste maatregelen om de kosten voor de vergrijzing binnen de perken te houden. "De factuur doorschuiven naar de volgende generaties zou onrechtvaardig zijn", besluit hij. (belga/sps)