Inbreker vrijgelaten omdat internering niet mogelijk is

BELGA
De Brugse strafrechter heeft een 29-jarige Antwerpenaar vrijgesproken voor een woninginbraak in De Haan. M.T. heeft de feiten gepleegd, maar is volgens de gerechtspsychiater niet toerekeningsvatbaar. Door de nieuwe interneringswet kan hij voor dergelijke feiten niet meer geïnterneerd worden.

Op 8 mei 2016 drong M.T. in De Haan de woning van een tandarts binnen. De man laadde de Jaguar van het slachtoffer vol met de gestolen spullen. Zo maakte hij een televisie, een kunstwerk, een sportzak, een rugzak, een tennisracket, een computermuis, fietsschoenen en een strijkijzer buit. Dat was tenminste de bedoeling, maar M.T. kreeg de nieuwe wagen niet aan de praat. Op dat moment begon hij prompt klusjes uit te voeren in de tuin. De inbreker snoeide de haag en gaf de planten water. Daarna ging hij met een fles wijn op een bankje in de tuin zitten.
    
Toen de slachtoffers thuiskwamen, begon de beklaagde spontaan een vaag gesprek over politiek. Daarna wandelde hij met een fles wijn naar het strand. Daar werd hij aangetroffen met een 3D-brilletje op de neus.
    
Volgens de gerechtspsychiater verkeerde M.T. in een ernstige toestand van geestesstoornis, en vormt hij een gevaar voor zichzelf en de maatschappij. Daarom besloot de raadkamer vrij snel om het te interneren. Zijn advocaat Joris Van Maele ging tegen deze beslissing in beroep bij de Gentse Kamer van Inbeschuldigingstelling. De raadsman van M.T. liet het dossier aanslepen in afwachting van de nieuwe interneringswet uit de Pot-Pourri III. In november 2016 werd de zaak door de KI alsnog naar de correctionele rechtbank verwezen.

Bewust

Op het proces vorderde het openbaar ministerie toch opnieuw de internering. Meester Joris Van Maele wierp op dat een internering niet mogelijk was. De verdediging vroeg daarom de vrijspraak op basis van artikel 71. Dat artikel houdt onder andere in dat iemand niet verantwoordelijk is voor zijn daden als hij lijdt aan een geestesstoornis.
    
De rechter stelde vast dat internering sinds 1 oktober 2016 niet meer mogelijk is voor louter vermogensmisdrijven. Het kan enkel nog als er sprake is van het aantasten van de fysieke of psychische integriteit van derden. Uit het vonnis blijkt dat het college van procureurs-generaal en de Raad van State eerder al opmerkten dat de nieuwe wetgeving tot artikel 71 zou leiden. "De minister heeft dat tijdens de parlementaire besprekingen niet weerlegd noch ontkend", klink het in het vonnis. Volgens de rechter lijkt het dan ook de bewuste wil van de wetgever om het aantal geïnterneerden te doen dalen. Bovendien wordt in het vonnis opgemerkt dat de KI ook al oordeelde dat internering voor dergelijke feiten niet meer mogelijk was.
    
De beklaagde zat ruim 9 maanden in voorhechtenis. Als het parket geen beroep aantekent, mag hij vanavond de gevangenis verlaten.

Drempel

"Betrokkene is dus ziek en heeft blijkbaar niet de integriteit van iemand geschonden, anders kon hij wel worden geïnterneerd", klinkt het bij minister van Justitie Koen Geens. De wetgever heeft bewust een drempel gecreëerd bij het toepassen van de internering, want dat kan leiden tot een vrijheidsberoving van onbepaalde duur. Daarom is de internering sinds 1 oktober 2016 beperkt tot de gevallen waarin er sprake is van aantasting van de integriteit van personen en een gevaar voor de maatschappij. "In casu zou de betrokkene via een burgerlijke procedure wel gedwongen kunnen worden opgenomen op grond van de wet op de geesteszieke. Dit is een beslissing van de vrederechter."