Gevangenisdirecteurs bevestigen dat deradicalisering te wensen overlaat

Gevangenisdirectrice Valerie Lebrun van de gevangenis van Ittre.
AFP Gevangenisdirectrice Valerie Lebrun van de gevangenis van Ittre.
Van deradicalisering in de Belgische gevangenissen is voorlopig weinig sprake. Dat hebben drie gevangenisdirecteurs - onder wie zij met een speciale vleugel voor "besmettelijke" geradicaliseerden - vandaag bevestigd in de onderzoekscommissie naar de aanslagen van 22 maart. Zowel deradicaliseringsprogramma's als middelen blijken te ontbreken.

De aanpak van radicalisering in de Belgische gevangenissen bestaat onder meer uit het afzonderen van haatpredikers en "besmettelijke" sujetten in speciale afdelingen in Hasselt en Ittre. Die aanpak lijkt de betrokken directeurs wel de juiste, al is het volgens hen wellicht nog wat vroeg om al conclusies te trekken.

Radicalisering binnen de muren is in elk geval niet nieuw en ook niet verbazend, klonk het unisono. "Er moest dus iets gebeuren, de struisvogelpolitiek moest stoppen", aldus directeur Valérie Lebrun van Ittre. "Een gevangenis is een verzameling van kwetsbare mensen, op zoek naar een nieuwe identiteit en nieuwe zekerheden in hun leven", zei ook Paul Dauwe van de gevangenis in Hasselt. De haatpredikers daar niet tussenuit halen, zou volgens hem "zeer gevaarlijk" zijn.

De ingang van de gevangenis in Ittre.
BELGA De ingang van de gevangenis in Ittre.

Veel verder dan die afzondering - die bovendien niet absoluut is - gaat het voorlopig echter niet. "Deradicalisering? Dat is een heikel punt, op dat vlak is nog bijna niets uitgewerkt", bevestigde Dauwe. "Als we sommige politici horen, lijkt alles geregeld. Maar er zit een hele kloof tussen het discours en wat er effectief gebeurt op het terrein", vulde Marc Dizier van Andenne aan.

De problemen blijken veelvuldig. Zoals bekend zijn er nog te weinig islamconsulenten, laat hun statuut te wensen over en volstaat ook hun scholing met het oog op deradicalisering vaak nog niet. Ook de psychosociale diensten van de gevangenissen blijken slechts beperkt bemand. En van echte deradicaliseringsprogramma's is nog geen sprake. Op dat vlak is trouwens waakzaamheid geboden, aldus Lebrun. "Want er zijn ook mensen die zichzelf expert noemen, ook elders in Europa, omdat er heel wat subsidies te rapen vallen."

Als we sommige politici horen, lijkt alles geregeld. Maar er zit een hele kloof tussen het discours en wat er effectief gebeurt op het terrein

Directeur Marc Dizier van de gevangenis van Andenne

Gebrek aan islamconsulenten

Hoofdislamconsulent Saïd Aberkan bevestigde dat mensen, middelen én statuut ontbreken. Niet alleen biedt het gebrek aan voldoende islamconsulenten kansen aan haatpredikers, ook zijn simpelweg niet alle consulenten in staat om mensen te deradicaliseren. Van de negen federale consulenten die volgende maand beginnen wordt dat wel verwacht, net als van de twee Vlaamse consulenten die daarvoor zijn aangenomen. "Van de Franse Gemeenschap hebben we nog steeds niets gezien", liet Lebrun dan weer verstaan.

Het actieplan tegen radicalisering binnen de gevangenissen van Justitieminister Koen Geens (CD&V) noemde Aberkan wel een goede zaak. "Voordien werd er weinig gedaan. Elk op onze eigen manier gebeurde er wel wat, maar nu zit er tenminste structuur in", klonk het. De uitrol vergt echter tijd, met mensen die moeten worden aangetrokken, gescreend en opgeleid.

Tot slot stipte Aberkan nog enkele knelpunten aan. Zo zou hij graag - zoals in Nederland - meer zicht krijgen op de dossiers van de gedetineerden waarmee ze moeten werken. "We begeleiden gedetineerden gewoon zonder voorafgaande informatie en weten dus niet echt met wie we te kampen hebben", aldus de hoofdislamconsulent. En met het oog op nazorg met ex-gedetineerden wil hij het statuut van de consulenten graag aangevuld zien.

We begeleiden gedetineerden gewoon zonder voorafgaande informatie en weten dus niet echt met wie we te kampen hebben

Hoofdislamconsulent Saïd Aberkan