Francken evalueert: is terugvorderen repatriëringskosten wel de moeite waard?

Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) wil evalueren of het terugvorderen van repatriëringskosten wel de moeite waard is, of eventueel efficiënter kan. De maatregel kost immers veel energie van de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ), die net als de rest van de overheid moet besparen, zei hij in de Kamer.

De terugvordering van de kosten bij de repatriëring van uitgewezen vreemdelingen kan op verschillende manieren: van de uitgewezen vreemdeling zelf, van de persoon die voor hem of haar garant stond of eventueel van de werkgever die hem of haar illegaal tewerkstelde.

Concreet gaat het dan om het eigen vliegticket, dat van de begeleidende agenten en de kosten van het verblijf in het gesloten centrum, 190 euro per dag. Bij de sinds kort weer in België verblijvende Afghaan Navid Sharifi ging het naar verluidt om zowat 14.000 euro.

Vorig jaar vorderde België 172.654 euro terug, antwoordde Francken op vragen van Kamerleden Nahima Lanjri (CD&V) en Sarah Smeyers (N-VA). In 2013 (204.857 euro), 2012 (247.948 euro) en 2011 (273.707 euro) lagen die bedragen telkens hoger. Volgens het kabinet-Francken gaat het om effectief geïnde bedragen, maar wordt nog nagegaan hoe de daling te verklaren valt.

De staatssecretaris wil hoe dan ook met DVZ bekijken of het systeem goed werkt en hoe het eventueel verbeterd kan worden. "Natuurlijk moet men er steeds voldoende zeker van zijn dat men de sommen inderdaad kan invorderen, want de toepassing van de maatregel kost ook veel energie voor onze ambtenaren. Er zijn serieuze besparingen en DVZ ontkomt daar niet aan", aldus nog Francken. "In die zin moeten wij dus bekijken of dat het waard is en of een en ander eventueel efficiënter kan."

De toepassing van de maatregel kost ook veel energie voor onze ambtenaren

Theo Francken