Een belangenconflict, wat is dat juist?

Net zoals alle parlement kan ook de Kamer een belangenconflict inroepen.
BELGA Net zoals alle parlement kan ook de Kamer een belangenconflict inroepen.
Vlaams minister-president Kris Peeters (CD&V) ondertekende deze namiddag het besluit waarmee hij een belangenconflict inroept tegen de beslissing van federaal staatssecretaris Melchior Wathelet (cdH). Waar wat houdt die procedure precies in? En wat zijn de gevolgen nu de regering zich in lopende zaken bevindt?

Het belangenconflict is samen met de alarmbelprocedure een van de twee Belgische grondwettelijke 'pacificatieprocedures' die mogelijke communautaire conflicten tussen Vlamingen en Franstaligen moeten ontmijnen. Ze werden ingevoerd bij de staatshervormingen van 1970 en 1980 en hebben vooral een preventieve werking.

Belangen in het gedrang
Een belangenconflict ontstaat wanneer een van de 'federale entiteiten' - de federale overheid, een gemeenschap of een gewest - vindt dat haar belangen in het gedrang komen door de beslissing van een andere entiteit. Het gaat dus om de vraag of een maatregel wel of niet opportuun is, zelfs wanneer een overheid zijn bevoegdheid niet overschrijdt.

Het belangenconflict kan ingeroepen worden wanneer een parlement met drie vierde van de stemmen daartoe beslist, of wanneer een van de regeringen daarom vraagt. Daardoor wordt een bepaalde beslissing, wet of decreet onmiddellijk geschorst en moet erover overlegd worden. Dat kan gedurende 60 dagen, waarna de Senaat - als er geen oplossing uit de bus komt - nog eens 30 dagen de tijd krijgt om een advies uit te brengen.

Wat met regering in lopende zaken?
Als een regering een belangenconflict inroept, zoals vandaag, belandt het hele dossier onmiddellijk op de tafel van het Overlegcomité. Dat is een gemeenschappelijke vergadering waar de verschillende regeringen van België elkaar regelmatig ontmoeten. Dat Overlegcomité moet binnen de 60 dagen bij consensus een oplossing vinden. Maar dat lijkt nu moeilijk, aangezien de federale regering op dit moment in lopende zaken zit en het nog maar de vraag is of die dan ook een beslissing mág nemen.

"Juridisch lijkt het mij te kunnen, maar ik ken hierover alvast geen precedent", zegt Stefan Sottiaux, docent Grondwettelijk Recht aan de KU Leuven. "In elk geval is het zo dat bij gebrek aan consensus de oorspronkelijke beslissing blijft gelden. Wathelet kan in dat geval - in theorie - zijn plan over 60 dagen opnieuw op tafel laten leggen." Sottiaux gaat ervan uit dat in de praktijk het spreidingsdossier deel zal uitmaken van de regeringsonderhandelingen na 25 mei. Het belangrijkste is dan ook dat het dossier over de verkiezingen wordt getild. "Belangenconflicten dienen dan ook meestal om tijd te winnen."

Federale loyauteit
Belangenconflicten mogen volgens de grondwet enkel in uiterste nood worden toegepast, alle overheden zijn verplicht om bij de uitoefening van hun bevoegdheid de zogenaamde 'federale loyauteit' in acht te nemen. In de praktijk komen ze weinig voor. In 2009 hing er eentje in de lucht over de banenplannen van toenmalig minister van Werk Joëlle Milquet (cdH), maar dat werd ontmijnd na overleg met Vlaanderen. In 2008 volgde een hele reeks belangenconflicten over hetzelfde thema elkaar op in een ware saga: de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde. Maanden aan een stuk konden Vlamingen en Franstaligen geen oplossing bedenken, tot de regering er in 2010 zelfs over viel.

De alarmbelprocedure (waarbij drie vierde van de leden van een taalgroep aan de 'alarmbel' kan trekken over eender welk voorstel) is nog zeldzamer en is nog maar twee keer toegepast in de geschiedenis. De eerste keer bij de integratie van de Economische Hogeschool Limburg in het Limburgs Universitair Centrum in 1985 en in 2010 bij de stemming van de splitsing van de kieskring BHV in de bevoegde Kamercommissie.

Belangenconflincten dienen vooral om tijd te winnen

Stefan Sottiaux, docent Grondwettelijk Recht