Driekwart Vlaamse werklozen uit 'kansengroep'

In januari behoorde 74,4 procent van alle Vlaamse werkzoekenden tot minstens een van de kansengroepen. Ze waren met andere woorden laaggeschoold, allochtoon, 50-plusser en/of arbeidsgehandicapt. Een jaar eerder was dat nog maar 71,8 procent.

Minder snelle daling
Die trend betekent niet dat de werkloosheid bij die kwetsbare groepen stijgt. Maar ze daalt wel minder snel dan bij de andere groepen op de arbeidsmarkt.

Tussen januari 2007 en januari 2008 daalde het totale aantal niet-werkende werkzoekendenmet 12,8 procent, van 195.000 naar bijna 170.000 personen. Het totale aantal werkzoekenden dat tot minstens één kansengroep behoorde, daalde in dezelfde periode met 9,7 procent, van bijna 140.000 naar ruim 126.000 personen.

Grote verschillen
Tussen de groepen bestaan wel grote verschillen. Het aantal laaggeschoolde werklozen daalde het meest: met 11,4 procent, van ruim 102.000 naar bijna 91.000. Ze blijven daarmee met voorsprong de grootste kansengroep. Maar de vastgestelde daling komt wel heel dicht in de buurt van het algemene percentage.

Dienstencheques
Een niet te verwaarlozen verklarende factor voor dat relatieve succes is de opmars van de dienstencheques. Omdat het overgrote deel van de 60.000 dienstencheque-werknemers vrouwen zijn, is de werkloosheid bij de laaggeschoolde vrouwen het afgelopen jaar veel sneller gedaald dan bij de mannen.

De allochtone werkloosheid daalde met 9,7 procent, van iets meer dan 38.000 naar bijna 35.000 personen. De andere twee kansengroepen blijven ver achter. Het aantal bij de VDAB ingeschreven werkloze 50-plussers daalde met slechts 3 procent, van 47.000 naar 45.600. (belga/edp)