Dominique Leroy in verdenking gesteld in onderzoek naar mogelijke handel met voorkennis

BELGA
 Voormalig Proximus-CEO Dominique Leroy is in verdenking gesteld in het gerechtelijk onderzoek naar mogelijke handel met voorkennis. Dat meldt haar advocaat Jean-Pierre Buyle. Volgens haar advocaat blijft Leroy er wel bij dat ze geen handel met voorkennis heeft gepleegd. Het dossier is overgemaakt aan het Brusselse parket, dat nu moet beslissen of het Leroy vervolgt.
Je cookie instellingen zorgen ervoor dat deze inhoud niet getoond wordt.
Pas je cookie instellingen aan.

Dominique Leroy kondigde begin september haar vertrek aan bij telecomoperator Proximus. Korte tijd later raakte bekend dat Leroy een maand eerder een pakket Proximus-aandelen had verkocht van ruim 285.000 euro. Beurswaakhond FSMA startte daarom een onderzoek naar de aandelentransactie, terwijl het Brusselse parket een gerechtelijk onderzoek opende. In dat onderzoek vonden in september huiszoekingen plaats, zowel in het bureau als in de privéwoning van Leroy. Aanvankelijk zou Leroy aan de slag gaan bij sectorgenoot KPN in Nederland maar eind september besloot KPN toch niet met haar in zee te gaan, onder meer omwille van het lopende onderzoek.


“De onderzoeksrechter heeft zijn onderzoek afgesloten en heeft mevrouw Leroy in verdenking gesteld”, zegt meester Buyle. “Dit is een belangrijke fase in de procedure, na acht maanden onderzoek. Dit laat mevrouw Leroy toe kennis te nemen van het dossier en alle twijfels van justitie weg te nemen.”

Volgens de advocaat blijft Dominique Leroy er immers bij dat ze geen handel met voorkennis heeft gepleegd.

“Op het moment van de verkoop was ze nog niet aan het onderhandelen met KPN maar was ze in discussie met Proximus over de verlening van haar contract”, gaat meester Buyle verder. “De beslissing om de aandelen te verkopen was al veel eerder genomen en het akkoord met KPN is er pas een maand na de verkoop gekomen. Mijn cliënte wijst op haar respect voor ethiek en waarden en heeft alle vertrouwen in een positieve afloop van deze juridische procedure.”