Dienstplicht weer invoeren? Twee ex-miliciens getuigen over 'den troep'

Is het een goed idee om de dienstplicht opnieuw in te voeren. Twee ex-miliciens blikken terug op hun periode 'onder de wapens'.
photo_news Is het een goed idee om de dienstplicht opnieuw in te voeren. Twee ex-miliciens blikken terug op hun periode 'onder de wapens'.
Zweden voert de dienstplicht opnieuw in, als maatregel tegen de dreiging uit Rusland. Uit onze poll blijkt dat 69% voorstander is om de dienstplicht ook in ons land opnieuw in te voeren. Op de redactie vonden we twee 'anciens' die wél nog hun 'vaderlandse plicht' hebben vervuld. We zetten hun ervaringen onder elkaar.

Bart Leye, onze chef fotodienst, hield vrienden voor het leven over aan zijn tijd in kakiplunje. Onze webredacteur Luc Beernaert snapt dan weer niets van kerels die beweren dat ze in het leger 'man zijn geworden'.

Bart Leye (49): "Leerrijke tijd, en ik hield er vrienden voor het leven aan over"

Ik hou al bij al mooie herinneringen en, belangrijker nog, verschillende vrienden voor het leven over aan mijn tijd als dienstplichtige. Het heeft nochtans niet veel gescheeld of ik was afgekeurd om medische redenen. Dat kwam zo.

Het jaar voordat ik werd opgeroepen, werkte ik in een speelgoedzaak en daar ben ik zwaar gevallen. Ik had een hersenbloeding en heb toen een jaar niets kunnen doen, enkel rusten. Ik vroeg uitstel aan, en toen bleek dat ik te laat was om me te laten afkeuren.  

Dat had ik binnen de week na mijn ongeval moeten doen, maar ik wist dat niet en bovendien was ik toen niet mobiel. Afstel is voor mij uitstel geworden, en in augustus 1990 ging ik in dienst. Ik was ingelijfd bij een tankdivisie in Duitsland, maar omwille van mijn ongeval vroeg ik een lichte dienst aan. Die heb ik ook gekregen, bij de cinematografische dienst in Sint-Lambrechts-Woluwe.

Maar eerst moest ik een maand opleiding volgen in Turnhout. Dat was zwaar, maar ik heb nooit problemen gehad. Het gebrul van de officieren tijdens de drilloefeningen liet ik van me afglijden. Ik zat in dezelfde lichting als Koen Wauters, in volle Clouseaumanie. Hij sliep in de kamer naast me, maar hij is daar niet lang moeten blijven. Ik herinner me dat de pers toen op bezoek kwam om Koen Wauters in het leger te filmen. Die dag kregen we friet met biefstuk, de enige keer dat we zo'n lekker eten kregen. Aan de poort van de kazerne krioelde het van de schreeuwende tienermeisjes.  

Na mijn opleiding ging ik dus aan de slag bij de cinematografische dienst, het kleine broertje van VOX (het voormalige magazine van de Belgische Krijgsmacht, red.). Daar werd ik tot korporaal gepromoveerd. Als je je werk goed deed, werd dat ook geapprecieerd. Als ik dagen de tijd kreeg voor een opdracht en er op enkele uren mee klaar was, stak ik me niet weg zoals veel anderen. Omdat ik een opleiding fotografie had genoten, kreeg ik mooie opdrachten naast het minder leuke werk in de donkere kamer. Ik mocht luchtopnames maken vanuit een helikopter, portretten maken van officieren.  

Als korporaal had ik vijftien miliciens onder mijn hoede, en zo leerde ik delegeren, iets wat me later in mijn beroepsleven van pas is gekomen.  

Bart Leye tijdens zijn 'tour of duty' in 1990.
BL Bart Leye tijdens zijn 'tour of duty' in 1990.

Met verschillende makkers van toen heb ik nog om de twee tot drie maanden contact, en dat nu al 25 jaar lang. Eén van hen was toen aalmoezenier en heeft me later gehuwd en mijn dochter gedoopt.

Bart Leye

Ook over zelfstandigheid en op het vlak van mijn mannetje staan heb ik in het leger veel geleerd. Zoals kritisch durven zijn, terwijl anderen mooi in de pas liepen. Ik had het ook getroffen met mijn commandant, die wel oren had naar mijn voorstellen om de taken van de miliciens anders te organiseren. Dat zorgde er ook voor dat de miliciens enthousiaster werden. Zo regelde ik dat we om de twee maanden op schietoefening mochten gaan in Peutie. Iedereen wilde na zijn opleiding nog eens schieten, maar voor onze divisie was dat niet voorzien. Die uitstappen vormden een mooie afwisseling. We zijn zelfs eens samen gaan kajakken.  

De contacten bij het leger zijn me enkele jaren geleden ook op beroepsvlak nog van pas gekomen, toen we hier de oorlogskranten in elkaar hebben gebokst. En het mooiste wat ik aan mijn legerdienst overhoud, is de vriendschap. Met verschillende makkers van toen heb ik nog om de twee tot drie maanden contact, en dat nu al 25 jaar lang. Eén van hen was toen aalmoezenier en heeft me later gehuwd en mijn dochter gedoopt.

Luc Beernaert (50): "Een bronstige hond en een verdronken makker"

Mijn burgerdienst wou ik wel vervullen in 1988, als alternatief voor de dienstplicht kon elke 'gewetensbezwaarde' pacifist dat al vanaf 1963. Maar: de vader van mijn toenmalige verloofde vond dat ik die langere burgerdienst (18 maanden) helemaal niet hoefde te doen, hij had immers connecties en met mijn hartritmestoornissen, zwakke rug en nog wat gezondheidsproblemen zou ik zonder problemen afgekeurd worden. "Ga naar een internist en laat een medisch dossier aanleggen", was de simpele boodschap. En, wat raadt gij? In mijn geboortedorp Zwijnaarde woonde toch wel een geneesheer die de reputatie had daar heel bedreven en doeltreffend in te zijn, zeker.

Ik dus bij dokter N., die vaststelde dat ik inderdaad een rug- en hartafwijking had maar het Belgisch Staatsblad uit de lade van zijn bureau opdiepte en met de woorden "eens kijken op grond van wat ze nog allemaal afkeuren" er meteen ook het stof afblies. "Hierzie, hyperhidrosis pedis. Hebt gij zweetvoeten?" Waarop ik naar waarheid antwoordde dat ik van voornoemde aandoening amper last had, maar dat, indien ik een week mijn voeten niet zou wassen en ze vervolgens op zijn bureau zou leggen, hij wel zou zeggen dat ze stinken.

"Wel, dan wast ge een week voor ge naar 't Klein Kasteeltje (het selectiecentrum voor 'den troep' waar destijds beslist werd of je geschikt was voor de militaire dienst, red.) moet gaan uw voeten niet", antwoordde dokter N. weinig geamuseerd. Ge ziet van hier dat ik, proper op mijn eigen als ik toen al was en mijn verloofde van stank in de sponde vrijwarend, die raad in de frisse wind sloeg en met gewassen voeten naar dat weinig sprookjesachtig kasteel toog teneinde me daar te laten afkeuren.

Tarara. Bibi werd geschikt bevonden voor de dienst. "Die kerel beweert in zijn dossier dat hij zweetvoeten heeft, wij hebben dat niet kunnen vaststellen. Gasten die denken dat ze er hier een beetje mee kunnen komen lachen, die gaan in dienst", moet volgens mijn ex-toekomstige schoonvader één van de beslissende hoge piefen toen hebben gezegd.

Luc Beernaert heeft geen foto's uit zijn legertijd.
LB Luc Beernaert heeft geen foto's uit zijn legertijd.

En zo kwam het dat ik een lichte dienst kreeg, maar wel eerst een opleiding moest 'genieten' in Leopoldsburg. Ik dacht die eerste dag dat ik in een beschutte werkplaats was terechtgekomen toen ik jongens zag die vier jaar jonger waren dan ik en in de slaapzaal met de helm op het hoofd die ze pas hadden gekregen achter elkaar aanzaten, het wapen dat zij zeker als een vriendin zouden soigneren voor zich uit stekend 'paf paf, gij zijt dood' riepen.

Kijk, ik snap de kerels niet die beweren dat hun tijd bij 'den troep' de schoonste tijd van hun leven was, of stellen dat ze er 'man zijn geworden'. Wat voor leven, wat voor geslacht hadden zij dan wel? Persoonlijk voelde ik me meer teef dan man toen ik, als soldaat-milicien bij de 11de Genietroepen in Zwijndrecht, in het holst van de nacht wakker werd van een bronstige dobermann die op mijn benen zat te rijden alsof dat droog rampetampen hém de tijd van zijn leven bezorgde. Ik was toen verondersteld wacht te lopen aan het 'munitiedepot' dat enkel een grote partij versleten stoelen bleek droog te houden, die ik in een oud olievat in brand had gestoken om me die winternacht aan te verwarmen. Bleek die dobermann de hond van de officier van wacht te zijn, die zijn kajietende beest (ik had de hond ter antwoord op zijn avances met mijn bottines hard tussen de achterpoten getrapt) en wat smeulende stoelen gadesloeg en me prompt een weekendje cachot in het vooruitzicht stelde.

Een brok in de keel kreeg ik toen de kolonel tijdens zijn nieuwjaarstoespraak het teruggeschroefde defensiebudget betreurde en stelde dat "we zullen moeten roeien met de riemen die we hebben". Een wat ongelukkige woordkeuze was dat, een maand nadat een dienstplichtige enkele honderden meters verderop was verdronken tijdens een nachtoefening. Een mannelijke en een vrouwelijke officier, boefers, een koppel nota bene, hadden elk hun compagnie de opdracht gegeven in roeste metalen bakken de vijver over te steken, in volle gevechtsuitrusting dus met helm, wapen, rugzak, gasmasker en de hele reutemeteut. En zo rap mogelijk. Eén van die bakken was overladen, zonk, één van die jongens die misschien nog man moest worden haalde de oever niet.

Miliciens op weg naar de kazerne. Foto uit 1984.
photo_news Miliciens op weg naar de kazerne. Foto uit 1984.

Persoonlijk voelde ik me meer teef dan man toen ik, als soldaat-milicien bij de 11de Genietroepen in Zwijndrecht, in het holst van de nacht wakker werd van een bronstige dobberman die op mijn benen zat te rijden alsof dat droog rampetampen hém de tijd van zijn leven bezorgde.

Luc Beernaert

Of ben ik man geworden toen ik voor 'zot' werd uitgescholden door die andere jongens omdat ik drie maanden herstelverlof had gekregen van een psychiater in het militair hospitaal van Neder-Over-Heembeek? Daar was ik beland nadat ik de arts in mijn kazerne, met lichte overdrijving en zin voor drama geef ik nu toe, had gezegd dat ik mijn kop eraf zou blazen als ik nog eens een geladen wapen in mijn handen kreeg. Dat ik enkele weken daarvoor, bij thuiskomst na weer zo'n wachtdienst, mijn beste vriend in bed had aangetroffen met mijn verloofde, hielp wel bij die zin voor drama.

Of ben ik man geworden toen ik in een wapenwinkel in Antwerpen een doos kogels wou kopen omdat een andere dienstplichtige domweg een kogel was verloren tijdens onze wachtdienst? "Mag ik uw wapenvergunning eens zien?", vroeg die man. "Ziet ge dan niet dat ik in het leger zit?", was mijn weerwoord, dat me geen kogel vooruithielp. Een boefer heeft ons toen een kogel uit zijn geheime voorraad verkocht.

Of ben ik man geworden toen ik in een zelfgegraven 'foxhole' tijdens de oefening 'chemische en nucleaire oorlogsvoering' met een lepel op een gamel zat te slaan ten teken van waarschuwing voor de burgerbevolking? Of toen een officier tijdens een schietoefening ermee dreigde in mijn kl*ten te schoppen omdat ik zijn consignes niet had begrepen? Dat ik me toen omdraaide en 'wablief?' zei terwijl ik achteloos mijn geladen wapen op zijn kruis richtte, kwam me wéér op een weekendje cachot te staan.

Ben ik man geworden omdat ik elke dag in de kantine de kans kreeg om me, zoals zovele anderen, laveloos te zuipen a rato van ocharme tien frank per pint, die buiten de kazerne minstens het dubbele kostte? Omdat ik erin ben geslaagd de fikken van de handtastelijke aalmoezenier, voor wie ik elke ochtend de kapel uitveegde, van mijn toen nog jeugdige lijf te houden? Omdat ik het twintigtal jongens die lezen noch schrijven konden 'aap-noot-mies' leerde lezen, waarna ze wegbleven en nog meer pinten gingen zuipen?

Noem me een landverrader, het standaardverwijt dat duizenden jonge mannen krijgen wanneer ze hun in oorlog verkerende land ontvluchten en hierheen trekken, noem me een schijtlaars en een kattenliefhebber. Maar het terug invoeren van de legerdienst zoals ik die heb gekend, vind ik geen goed idee. Een periode aansluitend op de studies waarin jongeren, zowel mannen als vrouwen, gemeenschapsdienst verrichten om zowel hun burgerzin als hun maatschappelijk engagement aan te scherpen, vind ik daarentegen wél een goeie denkpiste. En leer ze dan meteen ook liefdevol om te gaan met bronstige dobermannen.

Ben ik man geworden omdat ik elke dag in de kantine de kans kreeg om me, zoals zovele anderen, laveloos te zuipen a rato van ocharme tien frank per pint, die buiten de kazerne minstens het dubbele kostte? Omdat ik erin ben geslaagd de fikken van de handtastelijke aalmoezenier, voor wie ik elke ochtend de kapel uitveegde, van mijn toen nog jeugdige lijf te houden?

Luc Beernaert
Is het een goed idee om de dienstoplicht opnieuw in te voeren. Twee ex-miliciens blikken terug op hun periode 'onder de wapens'.
photo_news Is het een goed idee om de dienstoplicht opnieuw in te voeren. Twee ex-miliciens blikken terug op hun periode 'onder de wapens'.