Dexia: "Staatswaarborg blijft onder 65 miljard euro"

BELGA
Het bedrag dat België, Frankrijk en Luxemburg waarborgen in restbank Dexia zal tegen eind deze maand op 65 miljard euro staan. Dat bedrag zal ook niet meer stijgen. Dat verklaarde Karel De Boeck, CEO van de restbank, vandaag bij de voorstelling van de jaarresultaten. Het bedrag van 65 miljard is 20 miljard onder het voorziene maximum dat afgesproken was bij de redding van de bank in 2011.

"We hadden gehoopt dat het iets minder zou zijn", aldus De Boeck. Vorig jaar, op de aandeelhoudersvergadering van Dexia, stelde hij nog een bedrag van 40 à 45 miljard euro staatswaarborgen voorop. Maar de lage rentevoeten speelden de restbank parten. Hierdoor stijgt de nood aan "cash collateral" voor de renteswaps die de bank bezit. En dus stijgt ook de financieringsbehoefte: geld dat deels met staatswaarborgen wordt opgehaald.

"De cash collateral is vorig jaar met meer dan 10 miljard euro opgetrokken en dit jaar met 5 miljard euro. Alles samen gaat het om 35 à 36 miljard euro, evenveel als enkele jaren geleden", illustreerde De Boeck. Als de cash colletarel weer op een normaal niveau staat, dalen de staatswaarborgen meteen tot 45 miljard, klonk het.

Dexia boekte vorig jaar een recurrent nettoverlies van 248 miljoen euro. De Boeck mikt voor 2015 op "een substantieel beter resultaat", maar pinde zich niet vast op een cijfer. Hij waarschuwde ook dat eventuele verliezen op de portefeuille nog roet in het eten kunnen gooien.

Karel De Boeck.
PHOTO_NEWS Karel De Boeck.

Beursnotering

Op de lange termijn blijft de topman vasthouden aan het plan om vanaf 2018 break-even te draaien, en dit ondanks de lage rente en een mogelijk Japans scenario. "Wij berekenen onze langetermijnplan elke zes maanden. De lage rente is een ongeluk voor ons (dit kost Dexia 100 miljoen euro per jaar, nvdr), terwijl de lage spreads een geluk zijn", aldus De Boeck.

Over de beursnotering van Dexia - dat verworden is tot een pennystock - is nog geen beslissing genomen, verzekerde De Boeck. Midden vorig jaar liet hij nog verstaan af te willen van de beursnotering, omdat die het bedrijf teveel geld kost.