De Wever over Hans Van Themsche: "Tragedie die we nooit mogen vergeten"

Naar aanleiding van de tiende verjaardag van de schietpartij door Hans Van Themsche in de Antwerpse binnenstad, stelt Antwerps burgemeester Bart De Wever (N-VA) vandaag in een open brief dat de gebeurtenissen van 11 mei 2006 "blijvende littekens nalaten in onze samenleving". De Wever zegt "meer dan ooit" te dromen van een "Antwerpse stadsgemeenschap waarbij iedereen betrokken wordt en die onze culturele, religieuze en andere verschillen overstijgt", maar belooft tegelijkertijd als burgemeester het gevaar van gewelddadig extremisme te zullen blijven bestrijden.

De gewelddadige dood van de tweejarige peuter Luna en haar oppas Oulematou Niangadou en het ernstig verwonden van de Turkse Songül Koç liet destijds "een schokgolf door de stad" gaan, herinnert De Wever zich.

"De waanzin sloeg die dag toe", zegt hij. "Wie zich overgeeft aan gewelddadig extremisme ziet anderen niet als medemens, zelfs niet als mens. Gewelddadig extremisme rechtvaardigt moord en verheft het zelfs tot een moreel goed. Die perversie is helaas van alle tijden."

De aanslag van Van Themsche is "een tragedie die we nooit mogen vergeten", vindt De Wever. "Niet voor de slachtoffers, hun familie en naasten. En ook niet voor ons collectieve geheugen als Antwerpenaars." De Wever roept tot slot op om "respect te betonen aan elkaar, racisme en geweld te veroordelen en de nadruk te leggen op wat ons verbindt".

Als herdenking zullen de klokken van de Antwerpse kathedraal vandaag rond 11.30 uur driemaal luiden en zal de beiaard een herdenkingslied spelen ("Tears in Heaven" van Eric Clapton). Het gaat om een "ingetogen moment zonder ceremonieel gedeelte", laat het kabinet van De Wever nog weten.

Eervol sterven

Van Themsche woonde in Wilrijk, maar liep school in Roeselare. Hij werd op 10 mei 2006 van het internaat gestuurd, omdat hij gerookt had op zijn kamer. De tiener tilde daar enorm zwaar aan en was van plan zelfmoord te plegen. Hij vertrouwde zijn vrienden toe dat hij "eervol" wilde sterven: hij zou eerst vijf à tien allochtonen neerschieten en hoopte dat hij daarna in een vuurgevecht met de politie zou sterven.

Een dag later, op 11 mei 2006, schoor hij zijn lange haren gedeeltelijk af. Gekleed in een lange zwarte jas en combatlaarzen nam hij de trein naar Antwerpen. Daar kocht hij een jachtgeweer bij een wapenhandelaar aan de Lombardenvest en vatte hij zijn dodelijke raid aan.

Zijn eerste slachtoffer vond hij aan de Pottenbrug. Een vrouw met hoofddoek zat op een bankje een boek te lezen, toen ze werd neergeschoten. Songul Koç raakte zwaargewond, maar overleefde de aanslag. IJzig kalm zette Van Themsche zijn tocht verder.

In de Zwartzusterstraat kruiste hij een zwarte vrouw en een peuter op een driewieler. Hij draaide zich om en schoot eerst de vrouw in de rug. Toen het kleine meisje begon te huilen, vuurde hij ook op haar. Luna Drowart en Oulematou Niangadou stierven ter plaatse.

Dappere agent
In de Lange Doornikstraat botste hij op een politieman. Die vroeg hem herhaaldelijk zijn wapen neer te leggen. Van Themsche riep naar de agent dat hij hem door het hoofd moest schieten. Hij richtte zijn wapen vervolgens op de politieman, waarop die hem in de buik schoot. Dankzij het optreden van de agent vielen er die dag niet nog meer slachtoffers.

De moorden schokten Antwerpen en bij uitbreiding ook heel België. De overheid reageerde enkele weken later met een verstrenging van de wapenwet om impulsaankopen een halt toe te roepen.

Van Themsche verscheen in oktober 2007 voor het hof van assisen, dat hem tot de levenslange opsluiting veroordeelde voor twee moorden en een moordpoging. De jury vond het ook bewezen dat hij uit racisme gehandeld had.

Hans Van Themsche kreeg in 2007 levenslang voor zijn moordende raid.
Belga Hans Van Themsche kreeg in 2007 levenslang voor zijn moordende raid.