Boete voor B-H-V-dienstweigeraar

De correctionele rechtbank van Antwerpen heeft de 43-jarige J.S. uit Deurne veroordeeld tot een boete van 275 euro. De man had bij de federale verkiezingen van 10 juni geweigerd om te zetelen als voorzitter van een kiesbureau omdat de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde niet gesplitst werd. De stembusgang verliep volgens hem dan ook ongrondwettig.

Gewetensbezwaren
De man was hoger officier bij de Belgische krijgsmacht. "Ik heb getrouwheid aan de koning en de grondwet gezworen, maar na twee ongrondwettige verkiezingen kon ik die eed niet langer naleven. Ik heb drie dagen na de federale verkiezingen dan ook ontslag genomen", verklaarde hij aan de rechter. De beklaagde had op 1 juni laten weten dat hij omwille van gewetensbezwaren niet kon zetelen als voorzitter van het kiesbureau. Die melding had hij eigenlijk voor 16 maart moeten doen. Toch vroegen zijn advocaten de vrijspraak, waarvoor ze zich beriepen op onder meer de noodstand, de onweerstaanbare dwang en de rechtsdwaling.

Geen politiek misdrijf
Maar de rechtbank veegde al hun argumenten van tafel. "Enkel het Grondwettelijk Hof en dus niet de beklaagde kan uitspraak doen over de eventuele ongrondwettigheid van de verkiezingen van 10 juni 2007. Aangezien er nog geen uitsluitsel over bestaat, is zijn stellingname dan ook voorbarig", klonk het in het vonnis.

De verdediging had ondergeschikt ook gepleit dat het hier om een zuiver politiek misdrijf ging en dat enkel het hof van assisen daarvoor bevoegd is. Maar ook daar was de rechtbank het niet mee eens. Om van een politiek misdrijf te spreken, moeten de Staatsinstellingen in hun bestaan, inrichting of werking aangetast zijn, wat hier niet het geval was. De verkiezingen kenden immers hun normale verloop. (belga/gb)