Besnijdenis steeds vaker ingeroepen om verblijfsstatuut te bekomen

Maggie De Block.
BELGA Maggie De Block.
Vrouwelijke asielzoekers roepen steeds vaker 'genitale verminking' (besnijdenis) in als argument om het statuut van vluchteling te bekomen. Dat antwoordde staatssecretaris voor Asiel en Migratie Maggie De Block op een schriftelijke vraag van N-VA-senator Karl Vanlouwe. De Block verwijst naar beslissingen van het Commissariaat-generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen (CGVS).

Het aantal beslissingen van het CGVS waarbij het motief 'genitale verminking' aan de basis ligt, steeg in de periode 2007-2012 van 83 tot 490. In 2007 nam het CGVS in 47 van de 83 gevallen (56,6 procent) een positieve beslissing. In 2008 was dat het geval met 141 van de 185 aanvragen (76,2 procent), in 2009 met 100 op 160 (62,5 procent), in 2010 met 113 op 223 (50,6 procent), in 2011 met 260 op 378 (68,7 procent) en in 2012 met 206 op 490 (42 procent). In deze periode werd ook 5 keer een subsidiair statuut toegekend, een verblijfsrecht van 5 jaar dat definitief wordt als de situatie in het land van herkomst niet wijzigt.

"Uit een analyse van de asielbeslissingen van het CGVS in 2011 blijkt dat de meeste vrouwen die genitale verminking als asielmotief inroepen afkomstig zijn uit Guinee, Kenia, Nigeria, Somalië, Senegal en Ivoorkust", aldus de staatssecretaris. Op de vraag of ze geen misbruik vreest van dit soort aanvragen wijst ze erop dat aan deze beslissingen een analyse van het land van herkomst voorafgaat en van het individueel profiel van de aanvrager. "Dergelijke beslissingen worden genomen om precies een toekomstige besnijdenis te voorkomen", verduidelijkte De Block.