België houdt veertien partnerlanden over

Minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo (Open Vld) op bezoek in Congo in februari dit jaar.
PHOTO_NEWS Minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo (Open Vld) op bezoek in Congo in februari dit jaar.
De federale regering heeft vandaag beslist het aantal partnerlanden van de Belgische ontwikkelingssamenwerking terug te brengen van achttien tot veertien. Met uitzondering van de Palestijnse gebieden liggen al de Belgische partnerlanden voortaan in Afrika. Met Guinee en Burkina Faso doen twee nieuwe landen hun intrede op de lijst.

"We gaan in minder landen actief zijn, maar we willen het beter doen", zo schetste minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo de inzet. Met die strategie, al uitgezet in het regeerakkoord, wil de regering versnippering van de ontwikkelingssamenwerking vermijden en focussen op een beperkt aantal landen, waar België vervolgens meer resultaten wil bereiken.

Bij de selectie hanteerde de minister twee belangrijke criteria. Ten eerste wil België de samenwerking toespitsen op landen in Noord- en West-Afrika en de regio van de Grote Meren. Partnerlanden in Zuidoost-Azië en Zuid-Amerika verdwijnen. Met uitzondering van de Palestijnse gebieden liggen alle partnerlanden voortaan op het Afrikaanse continent.

Daarnaast legt De Croo de focus op de minst ontwikkelde landen. Elf van de veertien partnerlanden behoren tot die categorie. Vaak gaat het ook om fragiele landen die recent geteisterd werden door conflicten. Met die keuze roeit België tegen de internationale stroom in. Zo daalde de officiële ontwikkelingshulp aan de minst ontwikkelde landen vorig jaar met liefst 16 procent.

Met de keuze roeit België tegen de internationale stroom in

Burkina Faso en Guinee nieuwe landen

"Het is precies daar dat officiële ontwikkelingshulp het meest nodig is. Deze landen hebben veel minder toegang tot buitenlandse investeringen, internationale handel of de kapitaalmarkt. België wil minstens 50 procent van zijn officiële ontwikkelingshulp richten op de minst ontwikkelde landen", zegt De Croo, die er rekening mee houdt dat projecten in deze landen niet steeds resultaat zullen opleveren.

Twee landen maken hun intrede op de lijst. Burkina Faso was tot 2003 een partnerland en wordt nu opnieuw opgenomen. Zo wil De Croo het prille democratiseringsproces in het land structureel ondersteunen. Daarnaast viel de keuze op Guinee, een "weeskindje" in de internationale ontwikkelingssamenwerking. België was er al actief tijdens de ebola-epidemie en wil er nu helpen aan de uitbouw van de gezondheidszorg.

Zes landen verdwijnen

Met Vietnam, Peru, Ecuador, Bolivia, Algerije en Zuid-Afrika verdwijnen zes middeninkomenslanden van de lijst. Deze landen belanden in een exitprogramma van maximum vier jaar waarin de lopende interventies worden afgerond en andere samenwerkingsvormen worden voorbereid. Via onder meer ngo's en universiteiten wil België met die landen een band behouden.

Twaalf landen behouden hun status als partnerland (zie kaart): Benin, de Democratische Republiek Congo, Mali, Marokko, Mozambique, Niger, Oeganda, Palestina, Senegal, Tanzania, Rwanda en Burundi. Maar indien president Nkurunziza in het woelige Burundi in strijd met het akkoord van Arusha alsnog een derde mandaat aanvat, dan wordt er volgend jaar geen gemengde commissie opgezet en zal de samenwerking niet langer volgens de klassieke manier gebeuren.

Niet enkel in het aantal partnerlanden, ook in het aantal partnerorganisaties voor de multilaterale samenwerking wordt gesnoeid. Hun aantal wordt teruggebracht van 20 tot 15. Daarbij één nieuwkomer: het Tax Policy and Administration Topical Trust Fund, een IMF-fonds dat arme landen helpt om de belastinginning te verbeteren. "Misschien verbazend voor vele Belgen, maar wij beschikken over expertise in belastinginning", grijnsde de minister.

Zes landen belanden in een exitprogramma van maximum vier jaar

Je cookie instellingen zorgen ervoor dat deze inhoud niet getoond wordt.
Pas je cookie instellingen hier aan.

Besparingen

De heroriëntering van de ontwikkelingssamenwerking staat uiteraard niet los van de besparingen op het ontwikkelingsbudget, dat vorig jaar ongeveer 0,45 procent van het bbp bedroeg. Dit jaar verdwijnt er ongeveer 150 miljoen euro en die besparing loopt de komende jaren gestaag op tot 260 miljoen euro in 2019.

"Ik zou daarover kunnen klagen, maar ik kies ervoor om ons beter te organiseren met een beperkter budget en meer impact ter plaatse te hebben", aldus de minister, die intussen ook werkt aan een nieuwe, meer complementaire samenwerking met de niet-gouvernementele partners.

Ngo's maken een andere keuze

"We respecteren de beleidskeuze van de minister, maar de ngo's maken zelf een andere keuze", zo reageert 11.11.11. "Nog meer dan 70 procent van de armen leeft in middeninkomenslanden. Recente cijfers voor Latijns-Amerika tonen aan dat de armoedebestrijding er stagneert en dat het aantal armen voor het eerst in tien jaar weer stijgt. Er blijft nog zeer veel werk te verzetten in deze landen", zo zegt directeur Bogdan Vanden Berghe. De organisatie wijst op blijvende uitdagingen als de grote ongelijkheid, de gevolgen van klimaatverandering en schendingen van mensenrechten in deze landen.

Minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo gaf al aan dat hij via andere kanalen wil blijven investeren in deze landen. "We hopen dat met het terugtrekken van de officiële Belgische hulpstromen uit middeninkomenslanden, de interesse en het engagement van de Belgische overheid voor de uitdagingen waar deze landen voor staan niet verdwijnt. Deze uitdagingen kunnen niet alleen door ngo's en universiteiten aangepakt worden, die vergen ook actie van de internationale gemeenschap", besluit Vanden Berghe.

'Recente cijfers voor Latijns-Amerika tonen aan dat de armoedebestrijding er stagneert en dat het aantal armen voor het eerst in tien jaar weer stijgt. Er blijft nog zeer veel werk te verzetten in deze landen'

Bogdan Vanden Berghe