België blijft worstelen met omzetting Europese richtlijnen

thinkstock
België blijft behoren tot de slechtste leerlingen van de klas wanneer de rapporten over de omzetting van Europese richtlijnen worden uitgereikt. Eind vorig jaar liepen er 87 inbreukprocedures tegen ons land, dat daarmee enkel Duitsland en Spanje achter zich houdt, zo blijkt vandaag uit het jaarlijks verslag van de Europese Commissie.

In 2015 kon België het aantal inbreukzaken gevoelig indijken, maar vorig jaar zwol het aantal procedures opnieuw aan. Met 87 procedures bereikt ons land de hoogste piek sinds 2012. Enkel Duitsland en Spanje doen slechter met 91 procedures. Tegen België werden vorig jaar 49 nieuwe procedures geopend. In de meeste gevallen gaat het om een laattijdige omzetting van Europese wetgeving.

Overigens scoorde de hele Europese klas vorig jaar slechte punten. Het aantal lopende inbreukzaken steeg sinds 2015 met liefst 21 procent tot 1.657, eveneens het hoogste cijfers van de jongste vijf jaar. "Dit is een probleem: wanneer lidstaten het EU-recht niet correct toepassen, worden burgers en bedrijven de rechten en voordelen ontzegd waarvan ze moeten kunnen genieten", stelt de Commissie.

Interne markt, industrie, kmo's en milieu zijn de beleidsdomeinen die het vaakst aanleiding geven tot inbreukprocedures. De Europese Commissie kan een inbreukprocedure lanceren wanneer een lidstaat draalt met de omzetting van gemeenschappelijk goedgekeurde wetgeving, of wanneer een lidstaat de Europese wetgeving niet correct vertaalt in nationale wetgeving of niet toepast.