Belgen te weinig met fiets naar het werk

Belgen gaan te weinig met de fiets naar het werk. Wanneer de woon-werkafstand maar tien kilometer bedraagt, neemt toch 60 procent liever de auto. Dat blijkt uit een doctoraatsonderzoek aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB).

Gezond
Bas de Geus onderzocht het verband tussen de psychologische en omgevingsfactoren verbonden aan fietsen en het effect van fietsen op de gezondheid. "Een dagelijkse fietstocht naar het werk houdt je fysiek gezond en maakt je psychisch sterk", zegt hij. Sociale interactie met de directe omgeving (partner, familie, collega's en vrienden) is daarbij belangrijk omdat dit het fietsgebruik stimuleert.

"Dat nog te weinig mensen met de fiets naar het werk gaan heeft meer te maken met psychosociale factoren dan met omgevingsfactoren", stelt de Geus. Een gebrek aan tijd en interesse zijn de grootste oorzaken. Mensen die wel regelmatig fietsen doen dat meestal vanuit een ecologisch-economisch bewustzijn.

Conditie
Voor het onderzoek werden 65 niet-getrainde mensen één jaar lang aangespoord om met de fiets naar het werk te gaan. Hieruit bleek dat, wie zijn conditie wil zien verbeteren, drie keer per week de fiets op moet en dit gedurende minstens 130 minuten per week.

Uit een enquête bij 343 Vlamingen die op minder dan tien kilometer van hun werk wonen, bleek ook dat bijna 60 procent van alle verplaatsingen naar het werk gebeurt met de auto en slechts 7 procent (België) tot 12 procent (Vlaanderen) met de fiets. De woon-werkafstand is meestal geen argument om de fiets niet te nemen. Vijftig procent van alle autoritten is immers korter dan vijf kilometer.

Volgens de Geus moeten bedrijven in samenwerking met de overheid meer investeren in fietsvoorzieningen, zoals douches, regenkledij en degelijke fietsstallingen. Ook budy-cycling (fietsen met een partner) moet volgens de Geus meer worden gepromoot. (belga/hln)