Auschwitz-overlevende getuigt 75 jaar na bevrijding: “Ze lieten je fysiek voelen dat je geen mens meer was”

Paul, Auschwitz-overlevende in VTM Nieuws
VTM Nieuws Paul, Auschwitz-overlevende in VTM Nieuws
De 93-jarige Paul Sobol is één van de laatste getuigen die de Holocaust in Auschwitz meemaakte. Hij getuigt over zijn deportatie naar Auschwitz, 75 jaar nadat Sovjet-soldaten het naziconcentratiekamp Auschwitz-Birkenau bevrijdden.

Op 31 juli 1944 worden Paul Sobol en zijn familie in Mechelen op de trein naar Auschwitz gezet. Na een rit van drie dagen komt Paul aan in het concentratiekamp, waar de mannen van de vrouwen gescheiden worden. “Mijn moeder en zus werden van mij, mijn broertje en mijn vader gescheiden. Ik heb mijn moeder daarna nooit meer teruggezien.”

De SS’ers behandelen Paul niet als een mens. “Fysiek lieten ze je voelen dat je geen mens meer was, maar een ‘Untermensch’, een inferieur wezen.” Hij wordt uitgekleed en krijgt het nummer B3635 op zijn arm getatoeëerd. “Waarom tatoeëerden ze me alsof ik een dier was? Waarom moest ik gevangeniskleren dragen? Ik had niets misdaan.”

Tussen 15 en 18 januari 1945 evacueren de SS’ers de gevangenen uit het concentratiekamp. In temperaturen van -20 graden Celsius wandelt Paul 250 kilometer naar Gross-Rosen. Daar neemt hij een trein naar Dachau. “Toen de nazi’s na zes dagen de deur openden, waren we in mijn wagon misschien nog met 25 van de 100 overgebleven die de rit overleefd hadden.”

Op 20 mei 1945 keert hij terug naar Brussel. Zijn zus Betsy keert ook terug, maar hun broertje David en hun ouders overleven het niet.

"Arbeit macht frei": het beruchte motto boven de toegangspoort.
AFP "Arbeit macht frei": het beruchte motto boven de toegangspoort.