Assisenproces tegen Fabien Neretsé voor betrokkenheid bij oorlogs- en genocidemisdaden Rwanda start morgen

BELGA
Voor het hof van assisen in Brussel start morgen het proces tegen Fabien Neretsé, die terechtstaat voor betrokkenheid bij oorlogsmisdaden en genocidemisdaden in 1994 in Rwanda. De 71-jarige Rwandees, die in Frankrijk woont, zou betrokken geweest zijn bij de moord op 13 mensen, onder wie de Belgische Claire Beckers, haar man en haar dochter Katia. Neretsé zelf verwerpt de aantijgingen.

Fabien Neretsé, een landbouwingenieur die verantwoordelijk was voor de Rwandese dienst voor de verkoop en export van koffie, wordt beschuldigd van betrokkenheid bij elf moorden en drie pogingen tot moord in Kigali op 9 april 1994. Daarnaast wordt hij ook beschuldigd van minstens twee andere moorden in Mataba, zijn geboortedorp in het noordwesten van Rwanda, in mei en juni 1994. 

Moord op families Bucyana-Beckers, Sissi en Gakwaya

De eerste misdaden die hem ten laste werden gelegd, vonden plaats op 9 april 1994 in de Nyamirambo-wijk van Kigali, de hoofdstad van Rwanda. De verdachte woonde in die wijk samen met zijn vrouw en vijf kinderen. Ook de familie Bucyana-Beckers, de familie Sissi en de familie Gakwaya, allemaal van Tutsi-origine, woonden in die wijk.
Op de bewuste dag probeerden die drie Tutsi-families een kamp van de Verenigde Naties (Minuar) te bereiken.

Twee dagen voordien waren de slachtingen door de Hutu's op de Tutsi's in Kigali begonnen. De drie families verzamelden op het terrein van de familie Sissi toen er eerst een vrachtwagen met militairen arriveerde en nadien ook een tweede vrachtwagen met Interahamwe-milities. De familieleden werden geslagen, werden naar de achterkant van het huis gebracht en daar openden de militairen het vuur. 

Tien mensen kwamen om. Onder hen de Belgische Claire Beckers, haar man Isaïe Bucyana en hun dochter Katia. Een elfde persoon werd gedood toen hij even verderop probeerde door een militaire wegversperring te geraken. Toch slaagden twee tieners erin om aan de schietpartij te ontsnappen. Ook een 14-jarig meisje kwam er met verwondingen van af. En het leger spaart de grootmoeder van de familie Sissi.

Volgens de beschuldiging waren het Fabien Neretsé en zijn huisbediende Emmanuel die de militairen en de Interahamwe op de hoogte hadden gebracht van het nakende vertrek van de drie Tutsi-families.

Katia, de dochter van Isaïe Bucyana en Claire Beckers. Fabien Neretsé staat terecht voor betrokkenheid bij hun moorden.
Jan De Meuleneir/ Photo News Katia, de dochter van Isaïe Bucyana en Claire Beckers. Fabien Neretsé staat terecht voor betrokkenheid bij hun moorden.

Getuigenissen

De getuigenissen over het precieze verloop van de feiten variëren. Sommigen wijzen Neretsé expliciet met de vinger, anderen vertellen vooral over hun eigen indrukken.

Volgens een van de getuigen was de huisbediende van de beschuldigde samen met de Interahamwe aanwezig tijdens de feiten. Een andere verklaart dat hij de beschuldigde zag kijken naar de vertrekvoorbereidingen van de slachtoffers en dat hij de militairen het huis van de familie Sissi heeft aangewezen. Volgens nog een andere getuigen werd Neretsé gevreesd in de wijk en leidde hij een Interahamwe-militie. Een andere getuige zegt dan weer dat er volgens haar maar twee mensen de militairen op de hoogte konden brengen, met name Neretsé, de directe buur van de Sissi-familie, ofwel majoor Evariste Nyampame, wiens perceel uitkijkt op de achtergevel van het huis van de familie Sissi. 

De beschuldigde zelf ontkent formeel dat hij zijn buren heeft aangegeven. Volgens hem waren zijn familie en de familie Sissi close. Hij betwist zelfs dat hij een huisbediende had met de naam Emmanuel. Volgens Neretsé was zijn familie in maart 1994 zelf het doelwit van aanvallen in Kigali. 

Interahamwe-militie

Neretsé staat ook terecht voor een tweede reeks misdaden. Die zouden begaan zijn in mei en juni 1994 in Mataba, zijn geboortedorp in het noordwesten van Rwanda. 

Midden april 1994 vertrekt Neretsé met zijn familie uit Kigali en keert hij terug naar zijn geboortedorp in Mataba. Volgens verschillende getuigen heeft Neretsé daar een Interahamwe-militie opgericht en geleid. Die militie zou verantwoordelijk geweest zijn voor verschillende slachtpartijen op Tutsi's en gematigde Hutu's in de regio.
Om hoeveel slachtingen het gaat, is onduidelijk en de identiteit van het merendeel van de slachtoffers is onbekend. Toch konden twee slachtoffers geïdentificeerd worden: Anastase Nzamwita et Joseph Mpendwazi.
Anastase Nzamwista was een voormalig werknemer van de dienst waar Neretsé directeur was. In de loop van mei 1994 werd de man volgens getuigen meegenomen door Interahamwe die deel uitmaakten van de militie die was opgericht door Neresté. De man werd dood geslagen en zijn lichaam werd nadien in een rivier geworpen.
Neretsé zelf ontkent elke betrokkenheid bij die misdaad. Hij zegt ook dat verschillende getuigen die hem beschuldigen, hem totaal onbekend zijn.

Joseph Mpendwazi van zijn kant was dan weer een gematigde Hutu. Hij werd volgens getuigen op 19 juni 1994 door Interahamwe-milities onder leiding van Neretsé gevangen genomen in Nyakabanda, niet ver van Mataba. De man werd nadien afgezet bij een wegversperring van militairen en werd nadien niet meer teruggezien.

Wat die aanklacht betreft, zegt Fabien Neretsé dat hij door de militairen opgevorderd was om zijn terreinwagen te gebruiken om het slachtoffer te vervoeren, maar dat hij verder niets met de ontvoering van Mpendwazi te maken had.




1 reactie

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.


  • victor vandesande

    De man moet zeker berecht worden , maar is een kleine garnaal de grote vissen waaronder de heer Kagama die duizenden doden op hun geweten hebben laten ze gerust. Stalin zei al: 100 dead are a disaster, 1 million dead are a statistic.