Arabische prinsessen veroordeeld voor mensenhandel en onterende behandeling

Een van de slachtoffers van de 'Conrad-prinsessen' bij de start van het proces.
BELGA Een van de slachtoffers van de 'Conrad-prinsessen' bij de start van het proces.
De Brusselse correctionele rechtbank heeft de Arabische prinses sjeika Hamda Alnehayan en zeven van haar dochters veroordeeld tot 15 maanden cel met uitstel en boetes van 165.000 euro, waarvan de helft met uitstel. Ze werden veroordeeld voor mensenhandel en de onterende behandeling van 23 dienstmeisjes. De negende beklaagde, een van hun hofmeesters, werd vrijgesproken.

Sjeika Hamda Alnehayan is de weduwe van sjeik Muhammed bin Khalid Alnahayan uit Abu Dhabi. In 2008 huurde de adellijke familie maandenlang de vierde verdieping van het Conrad-hotel aan de Louizalaan in Brussel (het huidige Steigenberger-hotel) af omdat één van de dochters een ivf-behandeling onderging in een Brussels ziekenhuis. De sjeika en haar zeven dochters verbleven daar met een heel gevolg.

Begin juli 2008 viel de politie het hotel binnen nadat een van de dienstmeisjes van de sjeika's was ontsnapt en haar verhaal aan politie en gerecht had gedaan. Die stelde vast dat er gedurende enkele maanden een twintigtal vrouwen werden uitgebuit. Ze verbleven er in omstandigheden die niet veel verschilden van slavernij. Ze werkten zonder werk- en verblijfsvergunning, en kregen geen of bijna geen loon.

De vrouwen werkten dag en nacht. Ze sliepen slechts enkele uren per nacht voor de deuren van de kamers van de prinsessen die ze bedienden, of lagen opeengepakt in een enkele kamer. Uit het onderzoek bleek dat ze de verdieping niet mochten verlaten.

De acht prinsessen werden veroordeeld voor mensenhandel en onterende behandeling. Ze werden echter vrijgesproken van onmenselijke behandeling en inbreuken tegen de Belgische sociale wetgeving, aangezien ze niet de feitelijke werkgever waren van de dienstmeisjes.