Antwerpse strafrechter buigt zich over grote fraude in diamantsector

De correctionele rechtbank van Antwerpen heeft zich vandaag gebogen over een grootschalige fraude in de Antwerpse diamantwereld. Om een zwarte handel in diamanten te verbergen, voerden Indische diamantairs, onder wie leden van de bekende diamantfamilies Mehta en Shah, fictieve diamanttransporten uit. Het gros van de beklaagden heeft al een regeling getroffen met Douane en Accijnzen, maar dat neemt niet weg dat ze nog steeds een verbeurdverklaring riskeren van hun zwarte omzet. Dat zou voor de firma's een financiële aderlating van miljoenen euro's betekenen.

Transactie
De fraude kwam in 1999 aan het licht, toen koerier David G. op de luchthaven van Zaventem werd tegen gehouden door de douane. Hij verklaarde dat hij in opdracht van twee Antwerpse diamantfirma's een partij steentjes in Genève had afgeleverd. Daar had hij een nieuwe lading in ontvangst genomen, die bestemd was voor de diamantfirma Muller & Sons in Antwerpen. Uit nazicht van zijn vliegtuigticket bleek echter dat hij in Genève bijna meteen een vlucht terug had genomen en dat hij dus geen tijd had gehad om de transactie uit te voeren. Hij probeerde bovendien exact dezelfde hoeveelheid diamanten in te voeren, als hij had uitgevoerd. De douane besloot dan ook dat het om een fictieve transactie ging en schakelde het gerecht in.

Dezelfde steentjes
Het daaropvolgende onderzoek legde een grootschalige fraude bloot, die de beklaagden ongeveer drie miljard frank had opgebracht. Tussen 1994 en 1999 werden maar liefst 243 fictieve diamantzendingen uitgevoerd. Die moesten echte, zwarte transacties verbergen. Dankzij de valse zendingen konden de diamantairs de gaten in hun boekhouding en de stockonevenwichten verantwoorden. Het OM beschouwt Gerard B. als de organisator van het circuit. Hij verzamelde diamanten van verschillende Antwerpse firma's en liet ze door koeriers naar Genève brengen. De firma's naar wie ze zogenaamd geëxporteerd werden, bestonden echter niet of hun zaakvoerders waren helemaal niet van de zendingen op de hoogte. Met valse stukken werden dezelfde steentjes vervolgens terug ingevoerd.

Vriendendienst
Voor ze bij de firma Muller & Sons geleverd werden, moesten ze eerst bij het Diamond Office worden aangemeld. Peter D., een expert bij het Diamond Office, tekende de zendingen af. Hij verdiende daar slechts 40.000 tot 50.000 frank mee, een aalmoes vergeleken met wat de diamantairs opstreken, maar deed het naar eigen zeggen als 'vriendendienst'.

Geëiste straffen
De meeste beklaagden betwisten de feiten niet. Het OM vorderde voor Gerard B. drie jaar cel, waarvan 18 maanden effectief, 5.000 euro boete, een beroepsverbod van vijf jaar en de verbeurdverklaring van 111.731 euro. Jean-Claude M., die de procureur als medeorganisator ziet, riskeert drie jaar cel, waarvan negen maanden effectief, 5.000 euro boete, een beroepsverbod van vijf jaar en de verbeurdverklaring van zijn zwarte omzet. Voor Peter D. eiste hij 12 maanden cel, waarvan vier maanden effectief, 2.500 euro boete, een beroepsverbod van vijf jaar en de verbeurdverklaring van 1.000 euro. De twee koeriers riskeren celstraffen van drie tot zes maanden met uitstel, 250 euro boete en een verbeurdverklaring.

Opschorting
Voor de tien diamantairs die een akkoord sloten met Douane en Accijnzen kan het OM zich wel vinden in een opschorting. De procureur vroeg wel nog de verbeurdverklaring van hun zwarte omzet, wat op miljoenen euro's neerkomt. De drie diamantairs die geen regeling troffen, hangt 12 maanden met uitstel boven het hoofd, 500 euro boete, een beroepsverbod van vijf jaar en eveneens een fikse verbeurdverklaring. Douane en Accijnzen vordert ook fikse boetes en de terugbetaling van de ontdoken invoerrechten van hen en hun firma's. De uitspraak in deze zaak volgt op latere datum. (belga/gb)