Advocaat Dexia-aandeelhouders betreurt uitstel Arco: "Dit is geen zaak voor Europa"

Arco-gedupeerden hielden in december nog een protestactie aan het hoofdkantoor van Belfius in Brussel.
BELGA Arco-gedupeerden hielden in december nog een protestactie aan het hoofdkantoor van Belfius in Brussel.
Advocaat Erik Monard, die enkele rechtstreekse Dexia-aandeelhouders vertegenwoordigt, betreurt dat het Grondwettelijk Hof geen uitspraak gedaan heeft over het Arco-dossier. Het Europees Hof van Justitie zal nu eerst moeten uitmaken of er al dan niet sprake was van discriminatie door de waarborgregeling voor Arco-coöperanten. Volgens de raadsman had het Hof zelf een beslissing kunnen nemen. Ook Arcopar Actieteam betreurt dat de zaak op de lange baan geschoven wordt.

Het Grondwettelijk Hof heeft vandaag beslist nog geen uitspraak te doen in de zaak, maar te wachten op wat Europa beslist. Het Hof stelt daarom zes prejudiciële vragen aan het Europees Hof van Justitie. Daar loopt namelijk ook een procedure over de Arco-waarborg.

Advocaat Monard reageert ontgoocheld. "Ik denk dat iedereen ontgoocheld is. De Dexia-aandeelhouders die niet via Arco gekocht hadden, zien geen oplossing, de coöperanten van Arco zien ook geen oplossing. De politiek, dat laat ik in het midden. Dit is een jammerlijke aangelegenheid."

Monard is van mening dat het Grondwettelijk Hof zelf had kunnen beslissen. De rechtszaak heeft betrekking op het werkveld van het Hof, de gelijkheid tussen aandeelhouders en indirecte aandeelhouders, zo redeneert hij. "Dit is een puur nationale aangelegenheid." De mogelijke ongelijkheid heeft niets te maken met mogelijke, verboden, staatssteun. "Jammer dat de verbinding wordt gelegd met het Europees recht."

Ook Arcopar Actieteam betreurt dat de zaak op de lange baan geschoven wordt. "We kunnen opnieuw tot midden 2016 wachten", klinkt het. Arcopar Actieteam, voor wie de waarborgregeling een goede zaak is, gaat het dossier nu voort evalueren. Van Elsuwé verwacht alleszins dat vele ongeruste coöperanten opnieuw met veel vragen naar hun Belfius-bankkantoor zullen trekken. De vereniging roept de zowat 800.000 gedupeerde Arco-coöperanten op zich bij hen aan te sluiten, indien ze dit nog niet gedaan hadden. Het uitstel door het Grondwettelijk Hof biedt geen zekerheid, klinkt het.

Schending van het gelijkheidsbeginsel

Via een persbericht, verspreid door Monards advocatenkantoor, stelt beleggersvereniging VFB dat het Grondwettelijk Hof de vraag of er schending is van het gelijkheidsbeginsel niet beantwoordt. "Dit leidt tot een bijkomende vertraging en een langere onzekerheid voor iedere betrokken partij." Ook indien Europa oordeelt dat de waarborgregeling geen verboden staatssteun is, moet de vraag over de gelijke behandeling nog beantwoord worden.

"De Federatie heeft er echter alle vertrouwen in dat het Hof van Justitie het standpunt van de Federatie zal bijtreden om de garantieregeling voor de Arco-aandeelhouders als onwettelijk te beoordelen."

Advocaat Monard kon nog niet zeggen wat de beslissing van het Grondwettelijk Hof zal betekenen voor de termijnen waarop een beslissing te verwachten valt. De VFB schat de proceduretermijn van het Hof van Justitie in op 2 tot 3 jaar.

Monard plaatste tot slot nog vraagtekens bij de politieke druk voor en na de verkiezingsperiode van vorig jaar over een oplossing voor de Arco-coöperanten, nog voor er een uitspraak van het Grondwettelijk Hof is. Om de scheiding der machten te respecteren, had men beter gewacht met zo'n uitspraken, klinkt het.

De Federatie heeft er alle vertrouwen in dat het Hof van Justitie ons standpunt zal bijtreden om de garantieregeling voor de Arco-aandeelhouders als onwettelijk te beoordelen

Beleggersvereniging VFB

"Niet onlogisch"

De federale regering is voorlopig karig met commentaar. "We moeten eerst binnen de regering verder bekijken wat de juiste consequenties zijn van deze beweging", zei minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) in de marge van de gezamenlijke Belgisch-Luxemburgse ministerraad. "Het zou natuurlijk te betreuren vallen moest deze juridische gang van zaken tot vertraging leiden in de afwikkeling van het hele dossier naar alle betrokkenen toe."

De advocaat van Arco zelf, Bob Martens, noemt de beslissing van het Grondwettelijk Hof "niet onlogisch". Het verheugt de advocaat dat het de bezwaren van Arco zijn die twijfel zaaien. Hij verwijst daarbij naar de motivatie van het Hof, waarin staat dat de grieven die de coöperatieve Arco-vennootschappen tegen het besluit van de Europese Commissie hebben aangevoerd "niet kunnen worden beschouwd als ongegrond".

Arcopar, Arcofin en Arcoplus voeren aan dat de staatswaarborg niet ten goede is gekomen aan een onderneming. "Het zou niet één enkel staatsoptreden uitmaken, dat zijn oorsprong vindt in het persbericht van 10 oktober 2008, geen selectief voordeel van de vennootschappen Arcopar, Arcofin en Arcoplus in het leven roepen en de mededinging en het handelsverkeer binnen de Unie niet ongunstig beïnvloeden, nog dreigen ongunstig te beïnvloeden", staat er in de motivatie van het Grondwettelijk Hof. Dat kon dan ook niet zomaar de Europese Commissie volgen, die medio vorig jaar de staatswaarborg afdeed als verboden staatssteun.

Door de prejudiciële vragen wordt de zaak wel op de lange baan geschoven. Martens verwacht dat het arrest van het Europees Hof van Justitie minstens een jaar op zich zal laten wachten. Nadien moet het Grondwettelijk Hof zich uitspreken en keert de zaak terug naar de Raad van State, waar de rechtszaak indertijd werd aangespannen door een aantal Dexia-aandeelhouders.

Massaschadeclaim tegen Belgische staat

De vereniging "Geld terug van Arco", die naar eigen zeggen een 1.000-tal gedupeerden vertegenwoordigt, overweegt inmiddels om een massaschadeclaim in te dienen tegen de Belgische staat. Dat laat hun advocaat Geert Lenssens weten. "De 800.000 Arco-aandeelhouders blijven al jaren op hun honger zitten, ondanks alle beloftes hebben ze nog geen eurocent gezien. We onderzoeken de aansprakelijkheid van de Belgische staat op basis van het vertrouwensbeginsel", aldus de advocaat.

Lenssens voert samen met meester Niels van Campenhout een onderzoek om te zien of er aansprakelijkheidsgronden zijn. Pas binnen enkele maanden verwacht hij een beslissing. De rechtszaak zal in principe voor de rechtbank van eerste aanleg in Brussel gevoerd worden. "We gaan niet de nieuwe 'class action'-procedure volgen, het gaat gewoon om een burgerlijke zaak met meerdere gedupeerden", legt Lenssens uit. Hij verwijst naar gelijkaardige processen, zoals bij Lernhout & Hauspie. "Uniek is wel dat we de Belgische overheid viseren."

Het onderzoek spitst zich toe op de aansprakelijkheid van de Belgische staat op basis van het vertrouwensbeginsel. "Cruciaal is dat de regering in 2008 zelf aan de Arco-aandeelhouders heeft gevraagd om hun participatie aan te houden. Men had op dat moment moeten loskoppelen en wijzen op de risico's, maar dat is niet gebeurd." Lenssens ziet "een cascade" aan beloftes die niet zijn nagekomen. "In 2011 beloofde de staat 100 procent staatswaarborg, toen die in 2014 ter discussie kwam te staan werd 80 procent beloofd, dat nadien bij het lezen van de kleine lettertjes blijkbaar neerkwam op amper 40 procent. Momenteel is er blijkbaar niets meer, alleen maar eindeloze procedures."

Een rechtszaak tegen Belfius, de erfgenaam van Dexia Bank België die indertijd het geld voor Arco ophaalde bij de coöperanten, is volgens Lenssens juridisch een pak ingewikkelder. "Het gaat dan over een veel langere termijn, vanaf de jaren tachtig, en er spelen ook de verjaringstermijnen."

De advocaat waarschuwt ook opnieuw dat de vereffening van Arco nog jaren dreigt te duren, "tien jaar of meer". De overheidsgarantie die de regering-Leterme beloofde, treedt pas in werking als de vereffening afgerond is. "Een rechtstaat kan het niet maken om op korte termijn geen duidelijkheid te scheppen in een dergelijk dossier dat een groot deel van de buregers beroert", aldus Lenssens.

In 2011 beloofde de staat 100 procent staatswaarborg, toen die in 2014 ter discussie kwam te staan werd 80 procent beloofd, dat nadien blijkbaar neerkwam op amper 40 procent