Aanslag Joods Museum: “Duidelijke aanwijzigen van linken met IS en aanslagen van 22 maart”

 Mehdi Nemmouche (L).
AFP Mehdi Nemmouche (L).
Er zijn duidelijke linken tussen Mehdi Nemmouche en terreurgroep Islamitische Staat, en met de terroristen die verantwoordelijk zijn voor de aanslagen van 22 maart 2016 in Brussel. Dat blijkt uit de akte van beschuldiging die het federaal parket voorleest op het assisenproces over de aanslag op het Joods Museum van België. Mehdi Nemmouche staat er samen met Nacer Bendrer terecht voor die aanslag.

Vier Franse journalisten die tussen juni 2013 en april 2014 in Syrië gevangen gehouden werden door ISIL, het latere IS, herkennen Mehdi Nemmouche formeel als één van hun bewakers tijdens die gevangenschap. Nemmouche zou zich daar ‘Abou Omar’ laten noemen hebben. 

Bij zijn arrestatie, op 30 mei 2014 in Marseille, had Nemmouche ook een laptop, een fototoestel en verschillende SD-kaarten bij, waarop in totaal 13 video's of videofragmenten stonden. In die video's eist een man buiten beeld de aanslag op het museum op. Dezelfde Franse journalisten herkennen die stem als die van Mehdi Nemmouche. Verschillende elementen wijzen erop dat de filmpjes zijn opgenomen in de kamer in Molenbeek waar Nemmouche een tijdje verbleef.

Brussels Airport

Het is niet de enige link tussen Nemmouche en IS. De vier journalisten herkenden tussen hun gijzelnemers ook Najim Laachraoui, één van de mannen die zich op 22 maart 2016 opblies op de luchthaven Brussels Airport, een aanslag die wel door IS werd opgeëist.

Na de aanslagen van 22 maart kon de politie in Schaarbeek ook een computer terugvinden die de terroristen hadden gebruikt om te communiceren met hun kompanen in Syrië. Op die computer is een audiobestand aangetroffen waarin diezelfde Laachraoui het idee oppert om een bekend persoon te ontvoeren en in ruil voor diens leven de vrijlating te eisen "van gevangen gehouden broeders en zusters, zoals Nemmouche". 

Photo News

Wapens uit Kroatië en Spanje

Op het assisenproces kregen de juryleden verder informatie over het onderzoek naar de spullen waarmee Nemmouche in Marseille werd betrapt, zes dagen na de aanslag. 

Ze vernamen onder meer dat het zware wapen dat hij bij zich had en gebruikt werd bij de dodelijke raid op het Joods Museum, oorspronkelijk in 1998 in Kroatië werd geleverd. De Kroatische autoriteiten konden de Belgische speurders niet wijzer maken over het verdere traject van het wapen.

Daarnaast had Nemmouche ook een revolver bij zich. Dat blijkt van Spaanse makelij. Volgens het Spaanse wapenregister werd het niet meer gebruikt sinds 2001. Vijf jaar later verkocht een gespecialiseerde handelaar in Spanje het als “onklaar” gemaakt wapen aan iemand die zich voordeed als een Duitser. Het bleek om een gestolen identiteit te gaan, waarmee in dezelfde winkel zes wapens aangeschaft werden.

Photo News
Photo News



Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.