Aalsterse carnavalisten voelen zich "in de steek gelaten door deel politieke wereld"

BELGA
De dertig carnavalisten van de Aalsterse groep 'Geloeif Mè Goed', die elk veroordeeld werden tot het betalen van 50.000 euro schadevergoeding na een brand uit 2004, zeggen in een gezamelijke verklaring dat ze zich in de steek gelaten voelen door een deel van de politieke wereld.

De grootste schuldeiser in het dossier, verzekeraar Axa, legde gisteren bewarend beslag op het onroerend goed en de inboedel van de carnavalisten. "De afgelopen maanden is achter de schermen druk onderhandeld om dit drama op de meest positieve manier af te handelen", zeggen de carnavalisten. "Toch voelen de leden van GMG zich in de steek gelaten door een deel van de politieke wereld."

De carnavalsgroep erkent dat er verschillende gesprekken waren met het stadsbestuur, maar zegt dat concrete acties om de druk op lopende onderhandelingen met de verzekeraars op te voeren, uitgesteld werden. "Wij hopen alsnog op een daadkrachtig signaal van het stadsbestuur. Het kan niet zijn dat onschuldige gezinnen hierdoor hun leven zien instorten", klinkt het.

"Stad draagt verpletterende verantwoordelijkheid"
De carnavalisten menen dat de stad Aalst een "verpletterende verantwoordelijkheid" heeft in het dossier en zeggen dat er in het verleden fouten gebeurden waardoor zij als schuldigen werden aangewezen.

De verschillende steunacties die Aalsterse, en andere, carnavalisten de afgelopen maanden organiseerden, brachten 60.000 euro op. "De leden zijn dankbaar hiervoor, maar iedereen beseft dat dit bedrag zelfs geen druppel op een hete plaat betekende", klinkt het.

Precedent
Burgemeester Christoph D'Haese (N-VA) zegt in de eerste plaats begrip te hebben voor de "dramatische situatie waarin de mensen zich bevinden" en benadrukt dat er al heel wat inspanningen gedaan werden en nog volgen. "Maar als stad zijn we in se niet veroordeeld en betrokken partij, het gaat hem hier om een verzekeringsmaatschappij die geld recupereert bij particulieren", verduidelijkt hij.

"Als stad materiële hulp verlenen, zou een precedent scheppen dat niet kan. Wij trachten wel te bemiddelen, maar het probleem is dat het arrest van het hof van beroep definitief is en nu uitgevoerd wordt. Het enige wat nog tot de mogelijkheden behoort, is een dading treffen met de verzekeringsmaatschappij. Ik en het schepencollege zullen op diplomatieke wijze onderhandelen in de hoop dat er een kwijtschelding of schuldreductie kan volgen. Ik betreur de hardheid waarmee de verzekeringsmaatschappij dit dossier aanpakt, maar we kunnen hen enkel tot menselijkheid aansporen."