1 op 3 vindt frieten onze voornaamste nationale trots

RV
Een kleintje met stoofvleessaus en mayonaise, alstublieft. Un cornet de frites et tartare maison, s’il vous plaît. “Als er iets is wat de Belgen bij elkaar houdt, is het wel de friet”, zegt voedingshistoricus Peter Scholliers. Eén op de drie vindt het onze nationale trots, méér nog dan bier of chocolade, zo blijkt uit nieuwe cijfers.

“Frieten betekenen voor een Waal hetzelfde als voor een Vlaming: de frietcultuur zit in onze genen. Ze geven ons identiteit”, zegt Peter Scholliers, professor emeritus aan de VUB en voedingshistoricus. “Ik heb thuis ooit werkmannen gehad uit de streek van Doornik. Toen ze hun klus geklaard hadden, zeiden ze: ‘Maintenant, on va manger des frites à Louvain.’ Ze moesten daar nochtans niet passeren. Ik was verbaasd. ‘Ze hebben daar de beste frieten van België, meneer.’ Fantastisch toch?”

Drie op de vier landgenoten zetten de goudgele staafjes in de top drie van Belgische producten waar ze het meest trots op zijn, naast bier en chocolade. Eén op de drie zet de frieten zelfs op de eerste plaats, zo blijkt uit een enquête van Lutosa, fabrikant van diepvriesfrieten, bij duizend landgenoten. “Geen enkel ander land ter wereld kent die frietcultuur. Ten zuiden van Parijs kom je geen frietkot meer tegen, in het noorden van Frankrijk wel nog en net over de grens in Nederland en Duitsland ook”, zegt Scholliers.

De laatste jaren zijn in ons land wel veel losstaande barakken verdwenen van pleintjes en ging dus wat charme verloren. “Maar de friet zelf zal altijd populair blijven. De globalisering heeft onze eetcultuur dan wel sterk veranderd - je ziet nu zelfs in de meest banale supermarkt sushi liggen - maar daar wordt fel op gereageerd door bijvoorbeeld Jeroen Meus, die kiest voor lokale producten en gerechten. En hoeveel mensen in het buitenland bakken thuis frieten? In ons land heeft bijna iedereen een frietketel en olie. Ook dát is identiteit. Net zoals sommigen hun frietje liever eten met een plastic vorkje, een houten exemplaar of met de vingers.”

Varkensvoer

Waar en wanneer de friet precies is ontstaan, is niet duidelijk. “Er zijn veel mythes, zoals het verhaal dat inwoners van Dinant en Namen aan het einde van de 17de eeuw kleine visjes uit de Maas haalden en die in olie bakten. Toen de rivier dichtgevroren was, zouden ze hetzelfde gedaan hebben met aardappelen. Maar dat klopt niet: de aardappel kwam pas in de 18de eeuw ons land binnen en het vet was veel te duur.” Toen de patat wel z’n intrede gedaan had, gold hij aanvankelijk als voeding voor barre tijden. “Iets waarvan je buik snel gevuld raakte. Later evolueerde de aardappel van ‘arm eten’ en varkensvoer naar iets gesofisticeerder: men pureerde hem, kneedde hem tot een bolletje en verhitte dat tot een kroket. Maar ook dat was nogal duur, door de olie en de boter en eieren die er vaak aan te pas kwamen. Vermoedelijk is de friet zoals we hem nu kennen pas ontstaan rond 1830, in een stedelijke context. Straatventers verkochten het als snelle hap en trokken ermee naar kermissen. Daardoor had de friet iets feestelijks.”

Ook de wereldtentoonstellingen spelen een rol in de geschiedenis van de friet. “Daar kwamen miljoenen mensen op af. Tijdens de tentoonstelling van 1910 in Brussel schreef een Franse journalist voor het eerst waar je in België goed kon eten. Hij werd de eerste buitenlander die onze eetcultuur benoemde én ook over frietjes sprak.” Een aardappel in ‘stokjes’ snijden was ook economisch voordeliger, voert professor Scholliers aan. “Ik denk dat iemand toevallig ontdekte dat z’n aardappelen zo rapper klaar waren en hij zo dus meer Belgen kon bedienen.”

Hoog tijd dat hele wereld ‘Belgian fries’ zegt

In het buitenland worden onze frieten ‘French fries’ genoemd. Wellicht komt dat van het werkwoord ‘to french’, wat zoveel betekent als ‘in staafjes snijden’. Een andere verklaring luidt dat Britten en Amerikanen frieten leerden kennen aan het Belgische oorlogsfront, waar veel Frans werd gesproken. Lutosa wil ‘French’ nu definitief vervangen door ‘Belgian’ en lanceert daarvoor een petitie op www.voteforbelgianfries.be. Vanaf 2021 zal Lutosa trouwens Belviva heten, om de Belgische frietcultuur te benadrukken. In afwachting daarvan verschijnt de nieuwe naam nu al op een deel van het assortiment.

7 op 10 zien frieten eten als traditie met familie en/of vrienden

6 op 10 ergeren zich aan benaming ‘French fries’

90% beschouwt ze als cultureel erfgoed

1 op 2 Belgen eet ze elke week




47 reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.


  • Ilse Verlinden

    Veel trotser op ons bier en onze chocolade! En onze wafels!

  • Herman Hermans

    Triestig eigenlijk. Een gesneden patat in vet gooien. En dat is ons nationale trots. In steden vind je geen nationale frituur meer trouwens. Ik ben er niet fier op.

  • Jos Helsen

    Hoe kun je nu nog trots zijn op onze belgische frieten 70% word tegenwoordig gebakken door chinezen die er een boeltje van maken

  • Johan Apatride

    Tegenwoordig hebben we nog maar 3 dingen om fier op te zijn :Bier, chocolade en frieten. Voor de rest ben ik beschaamd om nog Belg/Vlaming te zijn.

  • gerard wauters

    vroeger was alles beter. Toen waren Belgen nog trots op hun land, sprters, eten, en cultuur. Maar als ik hier de reacties lees dan is enige trots ver te zoeken. Ga lekker in het buitenland friet eten mannen. daar krijg je iets wat van heel ver op onze trots lijkt. En ja er zijn nog goede frituren, met frituristen die fier zijn op hun product. Maar dan moet je uit je zetel komen, en eens verder kijken dan je frituur onder de kerktoren.