1,5 procent spoedgevallen komt door trampoline: armen en hoofd vaakst gekwetst

75% van de ongevallen gebeurt omdat er meerdere kinderen tegelijkertijd op de trampoline springen

Pieter-Jan Vanstockstraeten / Photonews
Pieter-Jan Vanstockstraeten / Photonews
De tiener uit Schelderode die vrijdag met z'n hoofd klem kwam te zitten in een trampoline, is geen alleenstaand geval. Per honderd spoedgevallen is er in Vlaamse ziekenhuizen gemiddeld anderhalf trampolinegerelateerd. Bijna altijd gaat het om armletsels. In tien procent van de gevallen om een hoofdletsel. Soms zelfs met neurologische gevolgen, zoals verlamming.

Barbara Bosch is onderzoekster aan de KU Leuven. Samen met professor De Boeck, kinderarts in het UZ Leuven, bestudeerde ze trampoline-ongevallen in binnen- en buitenland. Met als doel: aanbevelingen formuleren om ervoor te zorgen dat er minder gebeuren.

Geen enkele dienst heeft in ons land ooit bijgehouden hoeveel mensen er in het ziekenhuis binnenkomen als gevolg van een ongeval op de trampoline. Maar Bosch en De Boeck achterhaalden dat het moet gaan om ongeveer 1,5 procent. Barbara Bosch: "Dat zijn dan alléén de mensen die dringende medische hulp nodig hebben. De anderen, die hun letsels thuis verzorgen of door een huisarts, zitten daar niet bij." In de praktijk zullen het er dus meer zijn, dan enkel die spoedgevallen. Vooral de onderarm blijkt een kwetsbaar gebied. "We zien veel breuken aan de ellepijp en het spaakbeen." Verwondingen aan het hoofd komen minder vaak voor (10%), maar zijn vaak ernstiger.

Salto's

Gezocht naar de belangrijkste oorzaken van die ongevallen, vonden de onderzoekers een paar risicofactoren. Barbara Bosch: "Vijfenzeventig procent van de ongevallen gebeurt omdat er meerdere mensen tegelijk op de trampoline springen. Voor het kind met het lichtste gewicht is dat het gevaarlijkst. Het wordt door de kracht weggekatapulteerd." Een kind van twintig kilogram dat samen springt met iemand van tachtig kilogram ervaart bij een val de impact alsof het van 3,5 meter hoog valt. Het maken van een salto is ook een grote risicofactor.

Vijfenzeventig procent van wie op de spoed binnenkomt na een val op de trampoline is jonger dan veertien jaar. En bijna altijd is dat letsel al ontstaan binnen de eerste vijf minuten na het betreden van de trampoline.

Minimumleeftijd: 6 jaar

De resultaten van het onderzoek van Bosch en De Boeck leverden een bijdrage aan de formulering van Europese regelgeving rond trampolines, die recent werd gepubliceerd. De onderzoekers adivseren een minimumleeftijd van zes jaar. Rond en boven trampolines zou standaard 2,5 meter vrij moeten zijn, zonder obstakels. De onderzoekers pleiten ook voor een net rondom de trampoline en beveiliging op het frame. Het veiligst blijft een ingegraven trampoline. Dan val je van minder hoog én kan er onder de trampoline niemand verwond geraken.