"Wees voorzichtig met beleid dat jobmobiliteit stimuleert"

THINKSTOCK
Het veranderen van jobs is niet altijd een goede zaak. Dat blijkt uit onderzoek van het Steunpunt Werk en Sociale Economie, verbonden aan verschillende hogeronderwijsinstellingen. Een veeleer vlakke loopbaan - met voornamelijk interne mobiliteit - kan goed zijn, met soms extra goede jobresultaten voor jobhoppers met hogere profielen. Voor lagere jobprofielen is mobiliteit vaker een vloek.

Het Steunpunt onderzocht de relatie tussen loopbaanmobiliteit en uittredetiming in twee datasets. Uit de analyse bleek dat mobiele loopbaantrajecten over het algemeen korter zijn dan hun stabiele tegenhangers, een bevinding die voor meerdere landen geldt, waaronder ook België. Vlakkere loopbanen, die een zekere mate van mobiliteit binnen het bedrijf inhouden, hebben wel parameters zoals hogere lonen of meer jobtevredenheid. Bij "hypertransitionele loopbanen" is het plaatje gemengd.

Uitval, tijdelijke werkloosheid
"Zo heb je de jobhoppers, zoals het middenkader en de top erboven, een categorie van werknemers die goed weten wat ze willen en die zelfs beter terechtkomen dan mensen met een vlakkere loopbaan", zegt onderzoeker Dimitri Mortelmans, "maar je hebt ook een groep - het secundaire arbeidsmarktsegment - waar de uitval groter is, meer tijdelijke werkloosheid, enzovoort. Daar is mobiliteit minder goed."

Aanpak op maat aangewezen

De resultaten impliceren volgens de onderzoekers dat men heel voorzichtig moet omgaan met het stimuleren van flexibilisering. "Bepaalde mobiele loopbaantrajecten worden juist benadeeld door een versoepeling van mobiliteitsbarrières. Een aanpak op maat is bijgevolg aangewezen."

"Misschien komt dat een deel door de leefwereld van het hogere segment, waar het idee van het in eigen handen nemen en mobiliteit samenhangen met groei in de loopbaan. Maar dat is dus niet zo voor de secundaire arbeidsmarkt, waar misschien aan meer stabiliteit moet worden gewerkt, stelt Mortelmans.