Acht verrassende redenen waarom Trump president werd

REUTERS
Het is nu al bijna drie dagen geleden dat Donald Trump de Amerikaanse presidentsverkiezingen heeft gewonnen, toch begrijpen velen nog altijd niet wie voor hem stemde en waarom net hij verkozen werd tot opvolger van Barack Obama. De Amerikaanse krant The Washington Post probeert duidelijkheid te scheppen: ze analyseerde de exitpolls en kwam tot enkele verrassende resultaten.

1. Nooit eerder kreeg een kandidaat zoveel blanke stemmen

In 1984 won Ronald Reagan het blanke volk voor zich: hij verpletterde zijn tegenkandidaat Walter Mondale met 66 procent tegenover 34 procent. Ook Mitt Romney was tijdens de verkiezingen van 2012 erg populair bij 'white voters'. Net als Reagan in zijn tweede ambtstermijn won hij 59 procent van de blanke kiezers. Uiteindelijk moest hij toch de duimen leggen voor Barack Obama die uiteindelijk meer kleurlingen op zich zag stemmen.  

Opvallend: dinsdag overtrof Donald Trump zowel Reagan als Romney. Hij won 58 procent blanke kiezers ten opzichte van 37 procent. Dat percentage ligt, wanneer we het aantal stemgerechtigde blanken in rekening nemen, uiteindelijk hoger dan zijn voorgangers: in 1984 was 86 procent van de kiezers blank, in 2012 72 procent. Dit jaar bedroeg het 70 procent. En dus doet Trump het procentueel gezien beter bij de blanken.

Procentueel gezien kozen meer blanken voor Trump dan voor Reagan in 1984 of Romney in 2012

2. Er gingen niet meer vrouwen stemmen

Als een vorm van protest, dachten velen, maar niets was minder waar. Ondanks zijn seksistische opmerkingen en de beschuldigingen van seksueel misbruik, gingen niet meer vrouwen stemmen dan in 2012.

Vrouwen bezetten dit jaar 52 procent van het kiezersvolk, in 2012 was dat 53 procent, een minimaal verschil dus. Hillary Clinton won, met een marge van 12 procentpunten, wel meer vrouwen voor zich dan Trump.

3. Er gingen niet meer latino's stemmen

Trump liet in zijn campagne meermaals verstaan een muur te zullen bouwen tussen de VS en Mexico en noemde Mexicanen zelfs "criminelen" en "verkrachters".

Analisten dachten bijgevolg dat 2016 hét jaar zou worden van de Spaanstalige Amerikanen die de verkiezingen uiteindelijk zouden beslissen. "Zijn uitspraken zullen een pak meer latino's naar de stembus lokken", was het verdict.

Dat gebeurde echter niet. Des te opvallender: Trump kon meer latino's achter zich scharen dan Mitt Romney deed in 2012 bijvoorbeeld (29 procent tegenover 27 procent). Nog veelzeggender: Clinton kon minder latino's overtuigen voor haar te stemmen (65 procent) dan Obama (71 procent). Een resultaat dat onverwacht veel slechter uitdraaide en waar Trump - met meer blanke kiezers - de vruchten van kon plukken.

Het was fout te denken dat Trumps grove uitspraken meer latino's naar de stembus zouden lokken

Photo News

4. Er trokken meer hoogopgeleide kiezers naar de stembus

In tegenstelling tot wat in veel debatten naar voren werd geschoven, brachten - in vergelijking met 2012 - meer hoogopgeleide kiezers een stem uit. In 2012 had 47 procent een diploma. Dit jaar lag dat aantal drie procent hoger (50 procent). Het aantal kiezers zonder diploma zakte van 53 procent in 2012 naar 50 procent dit jaar.

In 2012 kon Obama zowel kiezers met een universitair diploma (50 procent) als kiezers zonder diploma (51 procent) overtuigen. Ditmaal was de kloof veel groter: Clinton won 52 procent van de hogeropgeleiden voor zich, slechts 43 procent zonder diploma kleurde haar bolletje. Trump won wel meer kiezers zonder diploma (51 procent).

In 2012 had 47 procent van de kiezers een diploma, dit jaar was dat 50 procent

5. Trump zorgde niet voor veel nieuwe kiezers

Slechts tien procent van de kiezers stemde dit jaar voor het eerst. Van die groep stemgerechtigden was 56 procent Clinton-aanhanger tegenover 40 procent Trump-aanhanger. Clinton won wel de meeste 18- tot 24-jarigen voor zich, met een verschil van maar liefst 21 procentpunten in vergelijking met Trump.

6. Onvrede over Obamacare was positief voor Trump

Een deel van de Amerikaanse bevolking kwam in oktober te weten dat de premie van de ziekteverzekering met gemiddeld 25 procent zou stijgen. Velen die nog in het ongewisse waren over welke kandidaat hun voorkeur wegdroeg, kozen zo de kant van Trump. Bijna de helft van de kiezers (47 procent) ging niet akkoord met Obamacare. 83 procent van de ontevreden burgers schaarde zich achter Trump, Clinton kon slechts 13 procent Amerikanen overtuigen.

REUTERS

7. Tijd voor verandering? Trump was de ideale kandidaat

Wat dachten de kiezers toen ze Trump kozen? Bijna 4 op de 10 (39 procent) gaf toe op zoek te gaan naar een kandidaat die verandering kon brengen. Onder de kiezers die voor verandering stemden: 83 procent ging naar Trump, slechts 14 procent naar Clinton.

Het verlangen naar verandering lijkt dus de belangrijkste reden te zijn waarom Amerikanen de miljardair kozen. Verandering = Trump, Clinton bracht 'meer van hetzelfde'.

Tijd voor verandering? Trump was de ideale kandidaat. Terwijl Clinton 'meer van hetzelfde' bracht, verwoordde Trump het als volgt: 'Yeah, I know, it sucks'

8. Het kiespubliek was uitgesproken pessimistisch

Slechts 1 op de 3 kiezers vindt dat het met de Verenigde Staten "de goede richting uitgaat". Clinton won 90 procent van die groep. In het andere kamp - diegenen die vinden dat het land ontspoort - stemde liefst 68 procent voor Trump. Nogmaals: 'change' gaf de doorslag in plaats van 'more of the same'.