"Work hard, play hard": het cliché blijkt ook te kloppen

thinkstock
Een week hard gewerkt? Dan is het nu tijd voor een weekend minstens even hard plezier maken. Het Engelstalige credo "work hard, play hard" is hip, maar professor Lonnie Aarssen, een bioloog aan de Queen's University in Kingston, wilde weten of het ook echt klopt. In een enquête ging hij na of hardere werkers ook de grootste pleziermakers zijn.

Bioloog Lonnie Aarssen ging ten rade bij 1.400 respondenten, die hij vragen voorschotelde over werk en vrije tijd. Hij polste naar hoeveel belang de ondervraagden hechten aan hard studeren en een prestigieuze job. Daarnaast vroeg hij de deelnemers ook hoe belangrijk vrije tijd en hobby's voor hun geluksgevoel zijn. Op basis van de antwoorden ziet de bioloog een duidelijk verband tussen de aantrekkingskracht tot hard werken enerzijds, en de aantrekkingskracht tot veel vrije tijd anderzijds. "Mensen die hard werken, genieten ook harder," concludeert de bioloog.

De vier drijfveren

Hoe komt het dat een verlangen naar hard werken ook vaak een verlangen naar veel plezier maken inhoudt? Volgens Aarssen heeft dat alles te maken met de vier fundamentele drijfveren van de mens, die ieder van ons ervaart in het leven. De meeste dieren hebben er twee: een seksuele drijfveer, en een drijfveer om te overleven. De twee anderen zijn volgens de bioloog typisch menselijk: een drang tot nalatenschap, wat betekent dat je een permanente stempel wil drukken op de wereld. Ten vierde is er een drijfveer tot vrije tijd. Die twee laatste zorgen ervoor dat we hard willen werken én hard willen ontspannen.

Wij onthouden vooral: 'play hard' dit weekend. In naam der biologie en voortplanting.

Zelfbescherming tegen angst voor de dood

Deze twee menselijke drijfveren komen volgens Aarssen voort uit het besef van onze eigen sterftelijkheid: de drang om hard te werken zorgt ervoor dat we iets kunnen achterlaten als we sterven. Het is onze illusie dat we onze eigen sterfelijkheid op die manier kunnen overstijgen. De drang tot vrije tijd is dan weer nuttig om ons af te leiden van het piekeren over de dood. De bioloog werpt de hypothese op dat onze voorouders konden overleven doordat we in staat zijn om de dood nu en dan te 'negeren', wat ons beschermt tegen die permanent ergens aanwezig angst om te sterven. Die levenslust die bij vrije tijd komt kijken is evolutionair dan weer interessant, voor een bloeiend nageslacht.

Wij onthouden vooral: play hard dit weekend. In naam der biologie en voortplanting.

Card