"Tour van 2007 was er één van doping en hoeren op de kamer"

Thomas Dekker kijkt in boek terug op carrière

Thomas Dekker.
Photo News Thomas Dekker.
Thijs Zonneveld, journalist bij de Nederlandse krant Algemeen Dagblad (AD), tekent in het boek 'Thomas Dekker, mijn gevecht' het verhaal op van het grote wielertalent dat verstrikt raakte in zijn zucht naar succes. In een voorpublicatie in het AD - het boek wordt vandaag voorgesteld - gaat Dekker in op de Tour van 2007. Een Tour waarin de voorbestemde eindwinnaar, de Deen Michael Rasmussen, door zijn team Rabobank werd weggestuurd. Maar ook een Tour van doping en hoeren.

Mijn eerste Tour is Michaels Boogerds laatste Tour. Achteraf blijkt het ook míjn laatste Tour, maar dat weet ik dan nog niet. We liggen bij elkaar op de kamer. Michael vertelt me dat hij de laatste paar jaar bloedzakken gebruikte bij een Oostenrijkse bloedbank en een atletenmanager die Stefan Matschiner heet. Die heeft simpelweg de inboedel van Humanplasma overgekocht en een cursusje bloed prikken gedaan. Michael Rasmussen is ook klant bij hem. We gebruiken allebei Dynepo die Boogerd heeft geregeld via een Sloveense atleet, Bostjan Buc. Tijdens de Tour zetten Michael en ik acht keer een spuitje met 2.000 eenheden. Bang om gepakt te worden ben ik niet; Dynepo is volgens Michael onvindbaar, en ik geloof het.

De start is in Londen. We zijn er al een kleine week van tevoren. Op de donderdag voor de Tour is er een controle van de UCI. Mijn hematocriet is 45, dat van Michael 50. Hij zit op het randje van het randje. Hij is een risico; één puntje hoger en hij valt door de mand bij een dopingcontrole. De artsen van de ploeg stellen voor om elke morgen om zes uur, vóórdat de controleurs kunnen aankloppen, een infuus met water in zijn lichaam te laten lopen. Daar zakt je hematocriet twee à drie punten van.

Wijn en hoeren
Diezelfde avond zitten we ons op de kamer te vervelen. We hebben samen een fles wijn opengetrokken, maar dat is niet genoeg vermaak. Drank is leuk, maar vrouwen zijn leuker. En dus ga ik het internet op om een paar escorts te zoeken. Om één uur 's nachts staan er een paar Oost-Europese hoeren voor de deur van onze kamer. Michael en ik zijn een beetje teleurgesteld: ze zijn een stuk minder mooi dan op de foto's van de site. Heel erg glamoureus is het niet, midden in de nacht op een kleine hotelkamer. We kiezen er allebei een uit. Om een uur of drie gaan we slapen.

Wekker
Om zes uur gaat de wekker alweer: Michael moet een baxter met water in zijn lichaam laten lopen. De eerste paar dagen legt Van Mantgem het infuus aan bij Michael, daarna zegt hij dat hij het zelf ook wel kan. In het begin word ik wakker van de wekker, maar na een paar dagen begint het al te wennen. Om zes uur gaat Michael aan de slag met baxters vol water, ik draai me nog een keer om. Als er zoiets bestaat als een normaal leven, dan zijn we er compleet van losgeslagen.

Bij de ploegbespreking voor de start zegt Rasmussen dat hij de Tour wil winnen. Daar moeten we een beetje om lachen. Ik denk dat het grootspraak is. We weten dan nog niet dat hij heeft gelogen over zijn whereabouts, en ook niet dat hij tot zijn nek toe vol zit met dope - al vermoeden we dat wel. Rasmussen blijkt gelijk te hebben; hij ís heel goed. In de eerste echte bergetappe van de Tour valt hij op zestig kilometer van de aankomst al aan. We zien hem pas terug na de finish in Tignes, in de gele trui. 's Avonds is de sfeer aan tafel geweldig. Er is champagne voor iedereen - Rasmussen zelf nipt alleen wat - en de ploegleiding blijft flessen wijn bestellen.

De laatste bergetappe van de Tour voert naar de top van de Aubisque. We moeten de voorsprong van Rasmussen over de Pyreneeën tillen. De rit begint rustig, maar hoe meer cols we over trekken, hoe meer we worden aangevallen. We moeten vol aan de bak. Maar dat is niet erg: ik voel mijn benen niet. Ik ben die dag een ploeg in mijn eentje. Ik rij bergop op kop, ik rij bergaf op kop, ik rij op kop in de vallei. Het peloton in mijn wiel wordt een heel klein pelotonnetje. Rasmussen roept af en toe dat ik niet te gek moet doen. Het is mijn beste dag op de fiets ooit.

Telefoontje
Voor de laatste klim geef ik af. Ik zie aan Rasmussens gezicht dat hij nog zo fris als een hoentje is. Ik weet het al voordat de etappe is afgelopen: het is binnen. We hebben de Tour gewonnen. In de bus van de ploeg heerst euforie. We delen high fives uit, we praten over een feest in Parijs. Maar nog tijdens de busrit naar het hotel verandert de sfeer. Theo de Rooij krijgt een telefoontje. Zijn gezicht betrekt. Hij loopt naar achteren, naar het douchegedeelte, zodat wij niets kunnen horen. Ik snap dat het geen goed nieuws is.

Het volledige hoofdstuk over de Tour van 2007 in het boek van Thomas Dekker kan u hier lezen.