"Syrië-strijders zijn vaak losers op zoek naar zelfrespect"

Syrië-strijders in actie in Deir Ezzor (archiefbeeld).
AFP Syrië-strijders in actie in Deir Ezzor (archiefbeeld).
Dé Syrië-strijder bestaat niet, er zijn minstens zes types. Dat zei politicoloog Bilal Benyaich (UGent, VUB), die onderzoek voerde naar islamradicalisering in ons land, in de Commissie voor de bestrijding van gewelddadige radicalisering in het Vlaams parlement.

Benyaich maakte een categorisering van Syrië-strijders en stelde daarbij duidelijk dat ons clichébeeld niet met de werkelijkheid strookt. We denken nog al te vaak dat jongeren die naar Syrië vertrekken 'hardcore' gelovigen zijn, die streven naar het martelaarschap. "Veel Syrië-strijders zijn echter losers", zei de politicoloog. "Ze zoeken naar zelfrespect en manieren om bij een groep te horen."

Romanticus
Daarnaast onderscheidt Benyaich ook de 'romanticus' of 'rap-jihadi' als type. Hij is op zoek naar glorie, avontuur en kicks. De 'rebel' is dan weer vaak hoger geschoold en voelt zich gekwetst door discriminatie en vernedering in onze samenleving. Hij kiest bewust voor de andere kant, om te strijden tegen 'het systeem'. Daarnaast ziet de onderzoeker ook 'kuddedieren' en 'opportunisten'. Die laatsten proberen vaak een gevangenisstraf te ontlopen door naar het Midden-Oosten te vertrekken.

Jeugdhulp
De politicoloog waarschuwde in het parlement dat we de gevolgen van de huidige radicalisering minstens tien jaar zullen meedragen, wat niet betekent dat het beleid niet kan ingrijpen. Volgens Benyaich kan welzijn een sleutelrol spelen. "Heel wat extremistische jongeren en hun familie worden niet tijdig opgemerkt door de jeugdhulp en andere hulpverlening." De onderzoeker wees erop dat zowel de schutter in Toulouse, de schutter in het Joods Museum als de terroristen in Parijs een mislukt verleden in de pleegzorg en het jeugdrecht hebben.

Drempels
Benyaich pleit ervoor de drempels te verlagen en de jongeren op te zoeken waar ze effectief rondhangen. Daarnaast moet de diversiteit van de welzijnswerkers omhoog. Momenteel is immers slechts 1,57 procent van het personeel in de jeugdhulp van allochtone afkomst. De moskeeën hebben tot slot nood aan imams die Nederlands spreken en moeten een duidelijker financiering voorleggen, liefst zonder buitenlands geld.