"Prince lag al zes uur dood in lift"

AP
Prince was mogelijk al zo'n zes uur dood, toen vorige maand zijn lichaam gevonden werd in de lift van zijn Paisley Park in Minnesota. Dat zei een van de hulpverleners die ter plaatse kwamen aan de politie en aan het personeel van de 57-jarige muziekster, zo vernam de Star Tribune.

Eerder raakte al bekend dat Prince de dag na zijn dood een afspraak had met de beroemde verslavingsarts uit Californië, Howard Kornfeld. Die werd twaalf uur voor het fatale moment gecontacteerd door Phaedra Ellis-Lamkins, een vriendin van Prince die er mee voor had gezorgd dat de muzikant de rechten op zijn songs bij Warner Bros. terugkreeg. Kornfeld kon zelf niet meteen overvliegen naar Paisley Park en stuurde zijn zoon Andrew - die in het ziekenhuis van zijn vader werkt - voorop om zich te vergewissen van de gezondheidstoestand van Prince en zo een gepaste behandeling te kunnen opstellen met zijn vader. Daags nadien zou Howard Kornfeld dan zelf ter plaatse komen. Maar dat was dus te laat.

Toen Andrew op 21 april aankwam in Paisley Park, wist niemand waar Prince was. Samen met twee personeelsleden ging Andrew Kornfeld op zoek naar de zanger. Ze vonden hem in de lift, dood. Het personeel schreeuwde het uit en was volgens Kornfeld "té gechoqueerd om de hulpdiensten te bellen". Dat deed Andrew Kornfeld zelf.

Prince zou onder meer jarenlang verslaafd geweest zijn aan de pijnstiller Percocet. Een week voor zijn dood moest hij nog een zogenaamd 'save shot' krijgen na een overdosis. Hij nam de verslavende medicatie voor pijn aan de heupen. Prince had zijn beide heupen al lang moeten laten vervangen, maar weigerde die operatie telkens weer omdat hij bang was voor een eventuele bloedtransfusie. Dat mocht niet van zijn geloof: Prince was getuige van Jehova.