"Hij werd 18 en was plots alleen"

JONGEN DIE OVERLEED IN GENT WERD ALS MEERDERJARIGE NIET MEER BEGELEID DOOR JEUGDZORG

RV
In de Blaarmeersen is afgelopen weekend het lichaam gevonden van de negentienjarige Jordy Brouillard. Een wandelaar trof hem aan in een tentje, goed verstopt in de struiken. Brouillard sleet zijn hele jeugd in instellingen, tot hij daar op zijn 18de moest opkrassen. Toen liep het fout. Het parket van Gent onderzoekt zijn dood, maar er zijn alvast geen uiterlijke tekenen van geweld.

Brouillard heeft zijn kindertijd in jeugdinstellingen in Aalst gezeten en had nauwelijks een netwerk. Activiste en journaliste Saskia Van Nieuwenhove stelt dat zijn dood te maken heeft met gebrekkige opvolging na zijn achttiende verjaardag, het moment waarop hij door de jeugdhulp werd losgelaten. Ze heeft het over een zwakbegaafde jongen die al een tijd in een voorziening zat.

"Ik heb verschillende mails van een vertrouwenspersoon van de jongen, die al sinds maart 2015 aan de alarmbel strekt", zegt Van Nieuwenhove. Die vertrouwenspersoon zou haar hebben gemeld dat Brouillard moest vertrekken uit de voorziening waar hij werd geholpen, maar dat hij niet in staat was om voor zichzelf te zorgen. Recent zou de jongeman ook even in de gevangenis van Dendermonde gezeten hebben, nadat hij betrapt werd op het stelen van een aansteker. Hij was slechts vaagweg bekend bij de straathoekwerkers van Gent, die zeggen dat hij nog maar pas in de stad was aangekomen.

Een insider binnen de jeugdhulp benadrukt dat er wel degelijk pogingen zijn ondernomen om de jongen ook na zijn 18de verjaardag verder te begeleiden. Zo zou hij zelfstandig in een studio hebben gewoond, maar uiteindelijk beslist hebben om de banden met de hulpverlening te verbreken.

Photo News

Plotse vrijheid

Hoe dan ook is het een oud zeer in de integrale jeugdhulp. Al jarenlang trekken hulpverleners aan de alarmbel over de groep jongeren die na 18 afzwaait. Het gaat om een kwetsbare groep, die meer dan gemiddeld kampt met sociale uitsluiting, thuisloosheid, structurele werkloosheid of armoede.


"Je moet je dat voorstellen", zegt een Gentse straathoekwerkster. "Van een ultrastrikt regime gaat het naar totale vrijheid. Dan staan die gasten daar met het beetje geld dat ze in die instellingen hebben kunnen sparen. Sommigen slagen erin hun leven op te bouwen, maar er zijn er ook die in de problemen komen. En dan komen wij hen tegen op straat."


Luc Deneffe, directeur van vzw De Wissel, waar meisjes van 14 tot 21 begeleid worden, spreekt van 'het failliet van de samenleving'. "Als hulpverlener, als mens is dat een falen. Is iemand op 18 klaar om helemaal op eigen benen te staan? Ik denk van niet. Iedereen weet inmiddels dat net deze groep uitermate kwetsbaar is. Je wil niet weten hoeveel studiedagen en symposia zich hier al over gebogen hebben. Maar in de praktijk blijft het moeilijk om structureel tot oplossingen te komen."

Zelf koken

Niet dat begeleiding na 18 onmogelijk is. Jongvolwassenen die dat willen, kunnen wel degelijk beroep doen op extra ondersteuning. Tot hun 21ste en in uitzonderlijke gevallen zelfs tot hun 25ste. Jongerenwelzijn laat weten dat op dit moment zo'n duizend jongeren voortgezette hulp krijgen.


"Maar de jongeren moeten wel zelf nadrukkelijk aangeven dat ze dat willen", zegt Peter Jan Bogaert van Jongerenwelzijn. Met andere woorden: wie echt weg wil uit de jeugdhulp of afgeschrikt wordt door de paperassen, moet het zelf klaren.


Zelfs als hulpverleners van oordeel zijn dat het om een 18-jarige gaat die op geen enkele manier in staat is om voor zichzelf te zorgen. "Het is een moeilijke ethische discussie", geeft Bogaert toe. "Vanaf 18 jaar is iemand officieel volwassen en valt die niet meer onder de bevoegdheid van de jeugdrechter. Maar die leeftijd zomaar optrekken brengt ook problemen met zich mee."


Zeker jongeren die al jaren in instellingen verblijven, hunkeren op hun 18de naar autonomie. Zelf de centen beheren, zelf een potje koken... Voor iemand die grotendeels een leven in de voorzieningen heeft meegemaakt, zijn dat grote overwinningen. "Dat is zelfs heel begrijpelijk", zegt iemand uit de sector. "Wij denken daar soms anders over, maar zij vinden dat het genoeg is geweest."


Echt laagdrempelige initiatieven zouden volgens Luc Deneffe van De Wissel het verschil kunnen maken. Zonder ingewikkelde procedures, en waar jongeren welkom zijn na de school- en kantooruren, 's avonds en in het weekend. "Een huis waar die jongvolwassenen kunnen binnenspringen om hun was te doen of wat te internetten. Waar ze terechtkunnen voor een goeie babbel, waar vrijwilligers hen bijstaan met raad en daad. Daar droom ik van."


(SV/LB)