Koersdirecteur Jo Gosseye leidt de koers in goede banen: "Ik kan goed anderen opjagen zonder zelf gejaagd te zijn"

Koersdirecteur Jo Gosseye.
Ronny De Coster Koersdirecteur Jo Gosseye.
Het openingsweekend van het klassieke wielerseizoen staat voor de deur en dat brengt het wielercircus naar de Vlaamse Ardennen. Koers is meer dan de renners alleen. Van seingevers, koersdirecteurs, café-uitbaters, rennersvrouwen, wielertoeristen tot ploegleiders, wij gingen langs bij die andere protagonisten van het wielrennen.

Zelf droomde hij ervan wielrenner te worden, maar dat vonden zijn ouders te gevaarlijk. De wielermicrobe liet hem echter niet los, en intussen is Jo Gosseye (63) uit Zottegem al 39 jaar actief in het wielrennen, nu als koersdirecteur. Hij zorgt ervoor dat de renners en de hele wielerkaravaan veilig van de start naar de finish geraken.

Hoe word je koersdirecteur?

"Mijn grote droom was om wielrenner te worden, maar ik mocht niet van thuis. Ze vonden het te gevaarlijk. Het werd dan maar voetbal, maar het wielrennen liet me niet los. Als de renners de Ronde van Vlaanderen reden, ging ik tijdens de rust snel even kijken in de kantine. Het bleef me fascineren. Op 25-jarige leeftijd ging kijken naar de Ronde van Vlaanderen voor junioren en op café begon ik te babbelen met twee mensen die actief waren in een wielerclub. Zo ben ik er ingerold. Ik ben begonnen als schatbewaarder, later werd ik adjunct-koersdirecteur en nu ben ik koersdirecteur. Het is ondertussen 39 jaar geleden en ik heb er nog geen seconde spijt van gehad."

Bent u als koersdirecteur de grote baas van de wedstrijd?

"Tijdens een wedstrijd ben ik verantwoordelijk voor de veiligheid van de hele wedstrijdkaravaan. Ik moet zorgen dat iedereen die tussen de rode en de groene vlag rijdt, veilig is. Dat gaat van de wagens tot de renners, het afsluiten van straten, het overleggen met politie, seingevers en gemeentebesturen, het regelen van vergunningen of volgbewijzen en zo veel meer."

Lopen er soms zaken mis?

"Ik heb het eens meegemaakt dat de openingswagen met de rode vlag en de federale politie verkeerd reden omdat er geen seingever stond op een kruispunt. De openingswagen reed rechtdoor, maar ik wist zeker dat we naar links moesten. Wij hebben dan de juiste route gevolgd, maar ik moest de wedstrijd wel neutraliseren. Dan hang ik door het dak en laat ik iedereen weer bij elkaar komen. Dat was nodig, want er was tegenliggend verkeer omdat de rode vlag niet gepasseerd was. We zijn erin geslaagd de rode vlag binnen de drie kilometer weer op de juiste plaats vooraan in de koers te krijgen."

Doen er zich ook incidenten voor met renners?

"In 2015 reden zes renners tijdens de Ronde van Vlaanderen voor beloften door een gesloten spoorwegovergang, op slechts enkele seconden van een voorbijrijdende trein. Tijdens de wedstrijd was ik me van geen kwaad bewust. Ik had niet gezien en ook de jury had niets gemeld. Achteraf kreeg ik meerdere telefoontjes over het incident en is het ook onderzocht. In België geldt dat als een zware overtreding. De renners zijn er dan ook voor bestraft."

Zijn er zaken waarop u als koersdirecteur bijzonder trots bent?

"Dat ik de Ronde van Vlaanderen voor dames heb mogen oprichten. Ik kende daar eerlijk gezegd niets van en het wielrennen voor dames stond toen ook nog niet zo ver. Nu, vijftien jaar later, is het enorm gegroeid en zou ik het niet meer kunnen missen. In het begin reden ze allemaal door elkaar, ik herinner me zelfs een valpartij op een recht stuk. Er lagen zeventig rensters tegen de grond. Ik weet nog altijd niet hoe dat is kunnen gebeuren (lacht). Dat is nu wel anders: de rensters en de begeleiding is beter geworden en de waardering is ook gegroeid."

Wat is de belangrijkste eigenschap van een koersdirecteur?

"Eerbied hebben voor iedereen. Het hele team is belangrijk: van de seingever, de mensen die de lunchpakketten maken tot de mannen die de lijnen trekken en de spandoeken ophangen. En ik kan ook goed de mensen opjagen zonder zelf opgejaagd te zijn. Dat is ook belangrijk (lacht)."

Dat komt vast van pas, want tijdens wedstrijden als de Ronde van Vlaanderen rijden zowel de dames, de junioren als de mannen op dezelfde dag. Levert dat extra stress op bij een koersdirecteur?

"De parcoursen zijn die dag heel erg in elkaar verweven. Er zijn zones waar de dames, de junioren en de mannen op 25 minuten van elkaar passeren. De parcoursbouwers zorgen dat alles mooi in elkaar past, maar wij moeten ook voortdurend luisteren naar elkaar. Als er wedstrijdincidenten gebeuren, kan het zijn dat we te dicht bij elkaar komen. De koersdirecteurs zitten onderweg dus altijd te rekenen en naar de klok te kijken. Als het nodig is, vallen we terug op een noodscenario. Daarom is het als koersdirecteur belangrijk om de streek goed te kennen. Als er iets gebeurt, moet je weten welke alternatieve route je kan nemen."

Waaruit haal je het meeste voldoening als koersdirecteur?

"Als ik eerlijk ben, is dat het publiek en de belangstelling op de hellingen. Overal waar wij passeren is het kermis. Dat geeft een kick. Ik vind het trouwens heel leuk om de supporters na de wedstrijd te plezieren met een aandenken. Petjes, badges of drinkbussen geef ik allemaal weg. Ik heb ooit zelfs eens mijn lunchpakket weggegeven aan iemand die het meer nodig had dan ik."




Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.