Advocaat vraagt vrijspraak voor opdrachtgever

TWINTIG JAAR CEL GEVORDERD VOOR ROOFMOORD OP GEERT DE LIE

Weduwe Petra Verheecke tijdens de rechtzaak.
Ronny De Coster Weduwe Petra Verheecke tijdens de rechtzaak.
De twee beklaagden die Geert De Lie en Petra Verheecke in 2011 in Zottegem overvielen riskeren twintig jaar cel voor poging tot roofmoord. Het Openbaar Ministerie vorderde voor de vermoedelijke opdrachtgever Howard T. (34) eveneens twintig jaar en voor Boris D.K. (33) tien jaar wegens medeplichtigheid. De advocaten van de laatste twee gingen resoluut voor de vrijspraak.

In het proces rond de uit de hand gelopen overval op motorhandelaar Geert De Lie trok het gerecht gisteren een hele dag uit voor de pleidooien. Het Openbaar Ministerie was daarin duidelijk over de betrokkenheid van de vier beklaagden. Jaïro B. (30) was volgens de procureur de leider in het veld die de overval in gang zette en Petra Verheecke in een houdgreep hield. Helbert E. (39) schoot tijdens de overval Geert opzettelijk dood. Howard T. gaf dan weer de opdracht tot de overval volgens de procureur. "Hij wist dat er geld te rapen viel bij Geert en Petra. Hij wist dat de winkel dicht zou zijn op het moment van de feiten en dat Geert en Petra bezig zouden zijn met de werken aan de riolering. Achteraf bleef Howard ook liegen, bedriegen en manipuleren", zei de procureur.


De vierde beklaagde, Boris D.K., zou volgens het Openbaar Ministerie medeplichtig zijn aan de poging tot roofmoord. De zoon van de buren van Geert en Petra manipuleerde volgens hem de camera's van zijn ouders zodat de beelden van de overval niet werden opgeslagen. Tijdens de pleidooien kwamen de advocaten van de laatste twee beklaagden lijnrecht tegenover de procureur te staan.

Verdachte Jairo B.
Ronny De Coster Verdachte Jairo B.

Vrijspraak

Sven Mary, de advocaat van Howard T. weerlegde de theorie van de procureur volledig en vroeg de vrijspraak. "De bewijselementen tegen mijn cliënt zijn bijzonder karig. Er wordt zomaar aangenomen dat hij de opdrachtgever was, omdat hij wist dat Geert veel geld had. Toch is er niets in het dossier dat erop wijst dat mijn cliënt financiële moeilijkheden had. Bovendien hadden Howard en Geert een goede band."


De verwijzingen naar T. zijn volgens de advocaat afkomstig van een andere beklaagde. "Die probeert enkel de schuld in de schoenen van mijn cliënt te schuiven. Bovendien wijzigt hij constant zijn verklaringen."

Howard T. wordt ervan verdacht de opdrachtgever te zijn.
Ronny De Coster Howard T. wordt ervan verdacht de opdrachtgever te zijn.

Medeplichtig

Ook Walter Damen, de advocaat van Boris D.K., vroeg de vrijspraak voor zijn cliënt. Hij voelde zich gesterkt door de procureur omdat hij D.K. niet ziet als een mededader, maar wel als medeplichtige aan de roofmoord. "Ofwel was mijn cliënt op de hoogte van de plannen om een roofmoord te plegen ofwel niet. In het eerste geval zou hij mededader zijn, in het tweede geval verdient hij de vrijspraak. Nu zwakt men af naar iets daar tussenin. Er is dus duidelijk veel twijfel over de betrokkenheid van mijn cliënt", pleitte Damen. De procureur verwees in zijn pleidooi ook naar de telefoongesprekken vlak na de feiten tussen D.K. en T. om hun betrokkenheid aan te tonen, maar dat slaat nergens op volgens Damen. "Niemand kan zeggen wat de inhoud van die gesprekken was. Beide beklaagden kenden elkaar al lang, dus het is toch niet raar dat ze naar elkaar bellen als er iets gruwelijks gebeurt met een gemeenschappelijke kennis?"


Of de rechter de redeneringen van de advocaten volgt, weten we op 8 december.