Drie generaties Verhelst (17, 47 en 71) wagen zich samen aan Dodentocht: “Samenhorigheid is onbeschrijflijk”

Thomas, Guy en Esther. De drie generaties Verhelst staan vrijdag samen aan de start van de Dodentocht.
Pauline Verhelst Thomas, Guy en Esther. De drie generaties Verhelst staan vrijdag samen aan de start van de Dodentocht.
In Bornem wordt vrijdag om 21 uur het startschot van de 50ste Dodentocht gegeven. Tussen de 13.000 deelnemers ook drie generaties Verhelst. Voor Guy Verhelst, een fervent wandelaar, is het al de elfde keer dat hij de 100 kilometer in Bornem hoopt uit te wandelen en ook zijn zoon Thomas heeft met vijf geslaagde deelnames al wat wandelervaring. Dit jaar treedt voor het eerst de 17-jarige kleindochter Esther in hun voetsporen.

De wandelschoenen staan klaar en de laatste tips worden nog snel uitgewisseld. “Bij de rustpauzes niet te lang zitten of je valt gewoon in slaap”, spreekt Guy uit ervaring. “Op het moment dat je wil opgeven, moet je net proberen die extra kilometer te wandelen”, voegt Thomas aanmoedigend toe. De 17-jarige Esther kan zich geen betere gidsen bedenken. 

Wij kennen die mensen niet, zij kennen ons niet, maar iedereen moedigt je gewoon aan.

Thomas Verhelst

De jongste van het drietal kijkt uit naar vrijdag, maar is toch wat nerveus. “Ik heb geprobeerd zo veel mogelijk wandelingen mee te doen, maar ik denk niet dat je ooit voldoende voorbereid kunt zijn. De Dodentocht is afzien, niemand wandelt die 100 km op zijn dooie gemak. Behalve pépé dan. Hij wil tegen volgend jaar honderd keer honderd kilometer gewandeld hebben.”

Doorzetten

Zover wil Esther niet ‘gaan’, maar Bornem moet lukken. “Ik ben een doorzetter en met de genen van papa en pépé weet ik zeker dat ik 100 kilometer kan wandelen”, zegt ze. “Ik ben alleen bang dat ik het niet binnen de tijd kan doen.” Haar vader moedigt haar onmiddellijk aan: “Je moet snel genoeg starten en zeker niet te lang pauzeren, snelheid is belangrijk.” De oude rot ziet het allemaal wat losser. “Er zijn mensen die strak in hetzelfde tempo stappen en er zijn er die hun tempo afwisselen. Ik ben die laatste, af en toe eens slenteren.”

Buitengewone samenhorigheid

Maar wat is er nu zo plezant aan vrijwillig honderd kilometer afzien? “Veel mensen vragen me dat. Je doet het voor de sfeer. Die samenhorigheid, dat is iets onbeschrijfelijks”, weet Thomas. “De Dodentocht is geen wedstrijd, niemand wordt opgejaagd. Toch doen de aanmoedigingen van de supporters me nog het meest denken aan de vele fans tijdens de koers”, vult Guy aan. “Wij kennen die mensen niet, die mensen kennen ons niet en toch wordt er aan de zijlijn voor elke wandelaar even hard geroepen, dat is een fantastisch gevoel”, beaamt Thomas. 

Ik wou nog iets zots doen voor ik aan het volwassen leven begin.

Esther Verhelst

De twee mannen gaan helemaal op in hun gesprek en hebben haast geen oog meer voor Esther. “Ik wil dat samenhorigheidsgevoel natuurlijk ook eens ervaren, maar ik doe vooral mee om me te bewijzen en een hoofdstuk af te sluiten. Ik start in september aan de universiteit en ik wou nog iets zots doen voor ik aan het volwassen leven begin. Als ik dit kan, kan ik alles aan.”

Opvolging verzekerd?

En dan rest nog die ene vraag. “Of ik hierna nog eens ga meedoen? Dat denk ik niet”, zegt Esther toch wat twijfelend. “Ik wil dit gewoon van mijn bucketlist schrappen. Ik heb verder geen wandelambities zoals pépé.” “Dat zei ik ook de eerste keer”, antwoordt Thomas lachend. “Maar kijk, ik sta weer aan de start.”




1 reactie

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.


  • Fabienne Cocquyt

    Succes !