Speelkaartenmuseum viert 50ste verjaardag: “Opgericht omdat er in de jaren 60 weinig te beleven was in Turnhout”

Toekomstig directeur Elke Grommen en huidig directeur Filip Cremers voor een uitvergroting van een kunstwerk van James Ensor.
Jef Van Nooten Toekomstig directeur Elke Grommen en huidig directeur Filip Cremers voor een uitvergroting van een kunstwerk van James Ensor.
Driewerf hoera! Het Nationaal Museum van de Speelkaart mocht donderdag vijftig kaarsjes uitblazen. Al een halve eeuw lang is het Speelkaartenmuseum één van de troeven voor Turnhout in de rest van Vlaanderen. De 50ste verjaardag wordt dit weekend uitgebreid gevierd. Met gratis inkom, tentoonstellingen, workshops en een goochelshow. Wij trokken naar directeur Filip Cremers voor een gesprek. Hij is bezig aan zijn laatste week als directeur. Vanaf november wordt hij opgevolgd door Elke Grommen. 

Het museum bestaat 50 jaar. Hoe is het destijds begonnen?

“Het is begonnen als een soort van burgerinitiatief. Men constateerde dat er in Turnhout weinig aanbod was op toeristisch-cultureel gebied. We spreken dan over midden van de jaren 60. Er was wel een sterk verenigingsleven, maar voor de rest was er weinig te beleven. Turnhout was een drukkersstad. Iedereen kende Turnhoutse producten, en dan zeker de speelkaarten. Men kwam op het idee om daar iets mee te doen. Vrij snel hebben ze het idee gevat om te proberen een speelkaartenmuseum uit te bouwen. Ze hebben dat eerst uitgetest met een tentoonstelling. Om niet over één nacht ijs te gaan. Die tentoonstellingen waren een gigantisch succes. Zo ging alles aan het rollen.” 

Waar mogen mensen zich aan verwachten bij een bezoek aan het museum?

“Het museum gaat over de geschiedenis, het gebruik en de fabricage van speelkaarten. Dat zijn drie heel verschillende dingen, hetgeen variatie brengt in het aanbod. We hebben een forse collectie drukpersen, historische afwerkingsmachines die illustreren hoe speelkaarten vroeger werden gemaakt. Daarnaast hebben we ook de kaarten zelf. Je kan er heel wat voorbeelden van zien, maar ook heel wat prenten en schilderijen met kaartspelers. Die illustreren van waar speelkaarten komen, wat men er mee heeft gedaan, welke spelletjes er zijn,… Dit luik van het museum toont bovendien aan dat de kaarten ook gebruikt worden voor iets anders dan kaartspelen: om huisjes te bouwen, om de goochelen, om de toekomst te voorspellen… Het zijn allemaal aspecten die van dit museum toch wel een vrij veelzijdig museum maken.”

De 50ste verjaardag wordt dit weekend gevierd. Wat staat er allemaal op het programma?

“Wij openen twee nieuwe tentoonstellingen. Eén over ‘Kaartspelers in de kunst’, en andere expo gaat over kleine apparaten die bij ‘wiezen’ werden gebruikt om de punten te tellen en de standen bij te houden. Twee heel bijzondere tentoonstellingen die dit weekend gratis toegankelijk zijn. We hebben gidsen klaarstaan, en geven ook demonstraties op onze historische persen. Er zijn workshops voor zowel kinderen als volwassene, er staat een indrukwekkende goochelshow geprogrammeerd… Het is een behoorlijk gevuld programma.”

Toekomstig directeur Elke Grommen en afscheidnemend directeur  Filip Cremers in de zaal met drukpersen.
Jef Van Nooten Toekomstig directeur Elke Grommen en afscheidnemend directeur Filip Cremers in de zaal met drukpersen.

De expo over ‘Kaartspelers in de kunst’ is één van de blikvangers. Wat is er zo speciaal aan?

“De tentoonstelling komt er dankzij de Nationale Loterij die een deel van haar collectie in bruikleen geeft aan het museum. Het is eigenlijk kunst van de 15de eeuw tot nu met kaartspelers: schilderijen, tekeningen, grafieken, allerlei objecten, … Er zitten grote namen bij: James Ensor, Rik Wouters, Felicien Rops,… Maar ook kleine en minder bekende of anonieme kunstwerken. Een heel gevarieerd overzicht van een paar eeuwen westerse kunst.”

Zijn kaartspelers dan zo vaak verwerkt in kunst?

“Kaartspelers en speelkaarten zijn een aanlokkelijk onderwerp voor kunstenaars. Vanaf de 15de eeuw is het thema terug te vinden in de Westerse kunst. Schilders en grafici schuwen daarbij niet om het zondige gedrag van de spelers te hekelen in hun werk. Volgens moralisten en geestelijken heeft het kaartspel immers een duivels karakter. Zeker met geld op de tafel zet het aan tot valsspelen en gokken. Gelukkig kan een spelletje kaart ook volstrekt onschuldig zijn en suggereert het zelfs liefde en verleiding. Dankzij de populariteit van de speelkaart is het kleursymbool ‘harten’ uitgegroeid tot het universele teken van liefde.”

Wat brengt de toekomst? Wat zijn de uitdagingen voor het Speelkaartenmuseum?

“Op de kaart blijven. Actief blijven door nieuwe initiatieven te nemen en tentoonstellingen te organiseren. Er liggen nog heel mooie uitdagingen te wachten.”

Filip Cremers bij een schilderij met kaartspelers van David Teniers.
Jef Van Nooten Filip Cremers bij een schilderij met kaartspelers van David Teniers.



Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.