Centrum voor geleidehonden gaat meer kweken

Marc Ceyssens (hondentrainer), Bart Mues (algemeen directeur ) en Sarah Schoonens (concierge) samen met Sella, Uzzy en Wilson.
Karolien Coenen Marc Ceyssens (hondentrainer), Bart Mues (algemeen directeur ) en Sarah Schoonens (concierge) samen met Sella, Uzzy en Wilson.
Het Belgisch Centrum voor Geleidehonden, een vzw die jaarlijks acht Labradors of Golden Retrievers aflevert voor blinden en slechtzienden, gaat de zoektocht naar geschikte, gezonde en stabiele pups vergemakkelijken. Het centrum gaat zijn fokprogramma optimaliseren, verfijnen en professioneler maken.

"Hiervoor gaan we samenwerken met professoren van de rijksuniversiteit van Gent", wist ons Bart Mues, de algemeen-directeur van het centrum, gisteren te vertellen.


"Het is algemeen geweten dat gemiddeld tot 50 procent van de puppy's na maanden screening niet geschikt wordt bevonden", vulde hij aan. "Of er stelt zich bij de pups een medisch probleem. Of het gedrag van de hond past niet in het profiel dat vereist is om tophonden te kweken. We roepen nu de hulp in van specialisten om meer gericht te gaan fokken. Of anders gezegd: op basis van persoonlijkheidstesten en DNA-technologie zal het mogelijk worden om vanaf de leeftijd van zes weken al geschikte pups te selecteren. Vervolgens worden ze op een professionele manier gesocialiseerd waardoor de kans op slagen sterk zal toenemen."


Met de professionele aanpak van de universiteit wil het Belgisch Centrum voor Geleide Honden de uitval van 50 procent gevoelig terugdringen.


"Binnen drie à vier jaar hopen we tot 30 procent te komen", aldus Bart Mues. Het opkrikken van het fokniveau is ook nog om een andere reden van belang.


"Nu leveren we 8 pups per jaar af maar we zitten met een wachtlijst van 35 blinden en slechtzienden die een pup nodig hebben. En die lijst stijgt nog. Met de betere selectie van de honden hopen we de wachtlijsten drastisch te kunnen doen dalen zodat we ook meer mensen kunnen bereiken."