Assisen. Roberto S. ontkent 52 messteken aan Toni Danti: “Ik blijf mijn onschuld uitschreeuwen”

Verdediging spreekt van meerdere daders met meerdere wapens

Beschuldigde Roberto S. (38) uit Genk.
Joel Hoylaerts / Photonews Beschuldigde Roberto S. (38) uit Genk.
Toni Danti werd op 28 maart 2012, een dag voor zijn 61ste verjaardag, met 52 messteken doodgestoken in zijn appartement aan de Vennestraat in Genk. Roberto S. (38), net als Toni een Genkenaar met Italiaanse roots, staat voor het hof van assisen in Tongeren terecht voor de doodslag op zijn cocaïnedealer. Maar hij ontkent staalhard. “Ik blijf mijn onschuld uitschreeuwen, ik heb dit niet gedaan.” Volgens de verdediging werd Toni gedood door meerdere daders met meerdere wapens.

Katrien Van Der Straeten, de advocate van Roberto S. gaf op de eerste procesdag meteen mee dat ze de jury zou vragen haar cliënte volgende week onschuldig te verklaren. “Ik moet zijn onschuld niet bewijzen. De openbare aanklager en de advocaten van de burgerlijke partijen moeten bewijzen van schuld leveren. Er is een verschil tussen bezwaren en effectief bewijs. En als er twijfel is moet dat altijd in het voordeel van de beschuldigde spelen. Gebruik uw gezond verstand en hou geen rekening met hypothesen.” Ze benadrukte de ‘enorme tijdspanne’ die verstreken is sinds de feiten zeven jaar geleden plaatsvonden. “Hij zal dus misschien niet meer kunnen antwoorden, gewoon omdat hij het niet meer weet.”

Geen motief

Ze gaf toe dat Roberto na zijn voorlopige hechtenis ‘foute dingen’ deed. “Maar dat zijn geen bewijzen voor deze feiten. Hij heeft van bij aanvang meegewerkt aan het onderzoek. Hij heeft altijd gezegd: ‘ik heb die man niet gedood en ik heb daar ook helemaal geen motief voor.” Dat er DNA en vingerafdrukken van Roberto werden gevonden op de plaats delict waren ook niet abnormaal volgens de advocate, want Roberto S. had altijd toegegeven dat hij de nacht van de feiten meermaals bij Danti cocaïne was gaan halen. Volgens Van der Straeten werd de gewelddadige dood van Toni Danti met 52 messteken door meerdere daders gepleegd. “Uit het dossier blijkt dat er mogelijk meerdere daders waren, die meerdere wapens gebruikten. Er kwam ook zeer veel bloed aan te pas. Bij Roberto werd geen enkel bloedspatje gevonden: niet op zijn schoenen, niet op zijn kledij, niet in zijn auto en ook niet in zijn wasmachine, die zelfs onderzocht werd op sporen van uitgewassen bloed.”

Zusje en moeder overleden

“Ik blijf mijn onschuld uitschreeuwen,” vulde Roberto S. aan. “Ik heb dit niet gedaan.” De dertiger had er geen probleem mee om zijn verhaal te doen. Hij antwoordde uitgebreid op de vragen van voorzitter Thys, met af en toe wat gebaren om zijn verhaal kracht bij te zetten. Zijn Italiaanse ouders waren al voor zijn geboorte naar België gekomen, vader werkte nog in de mijn. Maar net op het ogenblik dat Roberto geboren werd, belandde zijn zusje van tien jaar door een hersenaandoening in een coma. “Ze heeft acht jaar lang in coma gelegen. Omdat mijn ouders ook nog een café uitbaatten, heb ik drie, vier jaar lang in een pleeggezin gewoond.” Roberto stopte op 14-jarige leeftijd met school en ging aan het werk in de bouw. Na acht jaar coma stierf zijn zus. Onmiddellijk nadien werd zijn moeder ziek. Ze overleed een jaar later, toen Roberto 18 jaar was.

Drugs en alcohol

De beschuldigde gaf toe dat hij daarna zijn toevlucht zocht in drugs. “Ik trok vaak op met oudere mensen uit de wijk die al werkten. De joints kreeg ik van hen, omdat ze wisten dat mijn zusje en moeder pas gestorven waren.” Maar de drang naar meer leidde tot een zware verslaving aan cocaïne en heroïne. “Wat gebeurt er als je die drugs neemt”, vroeg voorzitter Thys. “De eerste lijnen voel je je goed. Ik werd daar rustig van. Na een tijdje word je er wel paranoia van, ik zag soms dingen die er niet waren. Maar ik werd er niet agressief van, eerder mensenschuw.” Roberto combineerde de drugs ook met alcohol, ‘om de drang naar meer weg te nemen’. Toni Danti kende hij van op café, van in de wijk. “Met hem samen heb ik mijn eerste lijn gesnoven.”

Nerveuzer

Tijdens het tweede deel van zijn verhoor werd Roberto S. nerveuzer. Toen voorzitter Thys hem confronteerde met een van zijn veroordelingen, een celstraf van 30 maanden cel voor slagen en verwondingen met arbeidsongeschiktheid en vrijheidsberoving bijvoorbeeld. “Ik heb mij toen laten meeslepen maar ik heb daarvoor mijn straf uitgezeten.” Roberto ontkende niet dat hij in de nacht van de feiten nog bij Danti was. “Ik ben verschillende keren cocaïne bij hem gaan kopen. Om vier uur ’s nachts heb ik nog een gram gehaald.”

“Als ik de ballen had om dat te doen, dan zou ik ook de ballen hebben om het te zeggen, maar ik heb het niet gedaan.”

Roberto S. tijdens zijn verhoor voor het hof van assisen
Paranoia van de cocaïne

Wat dan met de sporen in het appartement, wilde de voorzitter weten. Zijn vingerafdruk in het nachtkastje waar Danti zijn cocaïne bewaarde. “Ik heb toen misschien een lijntje gekapt”. Zijn bloed op de trapleuning. “Misschien van een wonde aan mijn mond.” Zijn DNA op de broekspijp van de pyjama van Danti. “Wij Italianen nemen elkaar goed vast als we elkaar begroeten.” Hij had niets te maken met de dodelijke messteken, benadrukte S. “Als ik de ballen had om dat te doen, dan had ik ook de ballen om het te zeggen, maar ik heb het niet gedaan.”

De laatste lading cocaïne die Roberto dinsdagnacht kocht, snoof hij te snel op. Daarna werd hij paranoia. Dat gebeurde volgens hem de woensdagnacht. Op vrijdag liet hij zich opnemen in het ziekenhuis. “Ik hoop dat er nu snel duidelijkheid komt in de zaak want ik wil dat mijn naam gezuiverd wordt”,  sloot de beschuldigde, die nu als pizzabakker in het restaurant van zijn broer werkt, af. Volgens Roberto leek de zaak meer op een afrekening van de maffia.

De politieagenten van de zone Carma die op 28 maart 2012 als eerste ter plaatse kwamen en Toni Danti helemaal bebloed vonden op zijn bed in de slaapkamer van zijn appartement beschreven de situatie ter plaatse als bizar. “Het meisje (het dochtertje van twaalf dat haar vader Toni dood vond in zijn bed red.) was erg aan het wenen maar voor de rest was er geen sprake van paniek en was iedereen rustig.”

Maandag komt de FGP Limburg het onderzoek uit de doeken doen.