Tienen stinkt... dan toch niet

METINGEN VLAAMSE MILIEU-INSPECTIE LEVEREN WEINIG RESULTAAT OP

In kinderopvang De Tutjes in Oplinter hadden ze al vaker last van geurhinder. Maar volgens de metingen van de VMM is er niet echt een probleem.
Vanessa Dekeyzer In kinderopvang De Tutjes in Oplinter hadden ze al vaker last van geurhinder. Maar volgens de metingen van de VMM is er niet echt een probleem.
De resultaten van de metingen rond de geurhinder in Tienen, uitgevoerd door de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), zijn bekend gemaakt. Ze tonen geen echt probleem aan. "Ze zijn in een periode gebeurd dat er weinig klachten waren en gebeurden niet grondig genoeg", zegt schepen van Leefmilieu, Tom Roovers (Groen). "We vragen nieuwe metingen."

De metingen vonden plaats van 24 januari tot 18 april. "De volgende mogelijke bronnen van geuroverlast werden onderzocht: Tiense Suikerraffinaderij (bedrijfssite en bezinkingsvijvers), Citrique Belge en Anhybel", zegt Brigitte Borgmans van het departement Omgeving van de Vlaamse overheid.

Geen verklaring

"De metingen zijn uitgevoerd ter hoogte van de Utsenakenweg en de Outgaerdenstraat en gingen over vluchtige organische stoffen, ammoniak en zwaveloxiden. De conclusie is dat de impact van de drie vermoedelijke bronnen in deze meetperiode klein was. De concentratie ammoniak die gemeten werd in de beide meetpunten, geeft geen verklaring voor de geurhinder die mensen ervaren van de bezinkingsvijvers."


"Volgens ons die zijn metingen niet voldoende", reageert schepen Roovers. "Er wordt melding gemaakt van de geur van aangebrande kolen en rotte eieren. Dit wijst op andere zwavelverbindingen dan diegenen die onderzocht werden."

Veel nieuwe klachten

Intussen swingen de klachten over geurhinder weer de pan uit. "De afdeling Handhaving van het departement Omgeving heeft inderdaad opnieuw verschillende klachten ontvangen over geurhinder afkomstig van de bezinkingsvijvers van Tiense Suiker. Het water dat het bedrijf op de productiesite gebruikt voor het wassen van de bieten wordt over een afstand van drie kilometer verpompt naar de bezinkingsvijvers. Het bedrijf is daarvoor vergund en het stockeren in bezinkingsvijvers is een procedé dat in deze sector in Europa en daarbuiten nog algemeen wordt toegepast. Probleem is dat er met het waswater ook kleine resten van de bieten meegevoerd worden.


Bij bacteriologische afbraak van die resten komen geurtjes vrij. Het is dus zaak voor het bedrijf om de hoeveelheid resten zo laag mogelijk te houden in het water dat naar de vijvers gaat. Bij de verspreiding van de geur speelt het weer, zoals de windrichting of mist een zekere rol. Onze milieuhandhavers plegen verder overleg met het bedrijf en volgen ook de mogelijke geurhinder naar de buurt toe op", aldus nog Borgmans.


De stad dringt aan op bijkomende metingen. "We vragen concreet aan VMM om de geurhinder te meten die ontstaat aan de bezinkingsvijvers", zegt burgemeester Katrien Partyka (CD&V). "Zo kan de hinder op een objectieve manier worden vastgesteld en kan de milieu-inspectie maatregelen opleggen."